1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 194
186 echter de kenschetsing „uitgebreid" verdiend. A n t w o o r d aan Dr, G e r b r a n d y : Referent verduidelijkt zijn bedoeling en merkt op, dat z.i. de studie van de bloedgroepen zeker nog niet de grenzen van het menschelijk weten heeft bereikt. Zijn opmerking daarover had betrekking op speculaties, die niet bij den e ersten oorsprong van de menschheid h a d d e n halt gehouden. Verbetering in de techniek zal zeker in de toekomst tot uitbreiding van onze feitelijke kennis leiden. A n t w o o r d aan Dr. Schouten : Spr. geeft toe, dat zijn voorzichtige omschrijving misschien toch nog te sterk van uitdrukking w a s . H e t optreden van nieuwe kleuren vormvariaties bij bolgewassen door Röntgenbestraling zou men als progressief kunnen beschouwen. H e t is evenwel evengoed mogelijk, dat het achteraf toch verliesmutaties zullen zijn. A n t w o o r d a a n Dr. de G a a y Fortman : Erythrocyten zijn buitengewoon gevoelig voor uitwendige invloeden. Bij een bepaalde dikte van de bloedlaag nemen ze in een mikroskopisch praeparaat zelfs bij voorkeur de vorm van ,,geldrollen" aan. H e t is denkbaar, dat verlies van electrische ladingen, tengevolge van veranderingen in het electrolytengehalte van het bloed, dit verschijnsel bevordert. W a t de opmerking betreft over het niet kunnen dienen als argument tegen de evolutie-hypothese, merkt spr. nog op, dat voorstanders van de laatstgenoemde opvattingen getracht hebben door zeer eenzijdige wijze van beschouwing enkele feiten, ontleend aan de resultaten van het bloedonderzoek, in dienst te stellen van hun denkbeelden omtrent de wijze w a a r o p het menschelijk geslacht zou zijn ontstaan. W a n n e e r men echter alle eenzijdigheid vermijdt en niet enkele, toevallig goed passende, m a a r alle feiten in aanmerking neemt en daarop de beginselen van de evolutie-theorie toepast, dan komt men tot hopelooze tegenstrijdigheden. In zulk een geval meent ref. gerechtigd te zijn de evolutietheorie als onvoldoende gefundeerd te beschouwen en de gegevens van de bloedgroepenleer tegen h a a r te kunnen aanvoeren. A n t w o o r d aan Prof. Sizoo : O m t r e n t een verband tusschen huwelijksvruchtbaarheid en een bepaalde bloedgroep is nooit iets gepubliceerd. Blijkbaar is dat nooit waargenomen. D e overweging van Prof. Sizoo, dat personen, dragers van een bepaalde bloedgroep, meer kinderen zouden krijgen dan die van een andere, bevat echter een aantrekkelijke idee om zoodoende te pogen een verklaring te vinden voor het feit, dat de percentages in de verschillende bevolkingen zoo ongelijk geworden zijn. O p de tweede v r a a g antwoordt spr. : M e n onderscheidt bij de isoagglutineerende bloedgroepen slechts 2 agglutininen en d a a r n a a s t 2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's