1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 155
147 Ik g e w a a g d e in het begin dezer rede van den denkenden mensch, geplaatst m den rijkdom der schepping Z o o ergens, dan zien wij m de grondslagencrisis der wiskunde een afspiegeling van het conflict dat zich m dien mensch afspeelt eenerzijds zijn zm voor exactheid zijn behoefte aan intuïtieve helderheid, anderzijds echter zijn drang om de volle werkelijkheid (die meer is dan zijn denken) nochtans met dat denken als een gesloten Zijn te omvatten D e Christen erkent op grond van G o d s O p e n b a r i n g de onmogelijkheid van het laatste, maar weigert ook, de eenige norm voor wat exact, werkelijk en w a a r is, te leggen uitsluitend m des menschen geest V a n groote w a a r d e lijken mij hier eenige gedachten van Hermann Weyl, die eenerzijds van de intuitionistische wiskunde de uitzonderlijke w a a r d e harer aanschouwelijke evidentie m het licht stellend, anderzijds aan het formalisme zijn beteekenis niet ontzegt die daarin is gelegen, dat dit ons geloof aan realiteit en onzen d r a n g n a a r totaliteit tegemoet komt en een weg baant om die werkelijkheid, w a a r ons schouwend inzicht te kort schiet, door een symbolische constructie te representeeren i'^s) O p deze wijze lijkt mij een evenwicht der verschillende spanningen bereikbaar, maar de opgave blijft, om de verschillende standpunten, die men krijgt bij successieve verruiming van het allerengste finiet-intuitionistische standpunt, tot het ruimste dat als eenigen eisch dien der tegenspraakloosheid stelt, op hun gehalte aan w a a r heid en werkelijkheid te onderzoeken Niet alleen m de wiskunde spreekt men van existenticbewijzen M a a r w a n n e e r is getracht, in het denken te betrekken w a t onafhankelijk van dat denken zijn bestaan voert, dient steeds de vraag onder de oogen gezien, hoeverre de geldigheid zulker bewijzen reikt Z o o missen de zuiver verstandelijke bewijzen van het bestaan Gods de voor ieder gelijkelijk dwingende kracht van een constructief mathematisch existentiebewijs de zekerheid van Gods bestaan wordt slechts gegrepen m het geloof, het geloof, dat een vaste grond is der dingen, die men niet ziet W i e door dat geloof gegrepen is, weet, dat de velerlei werkelijkheid rust m die eene Werkelijkheid en dat het aardsch bestaan (ook het mathematische) m al zijn wisseling, oorsprong en doel vindt m Hem, Die van Eeuwigheid tot Eeuwigheid in Zich bestaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's