1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 46
42
Dat Osiander hiermee tegen de ware bedoeling van Copernicus in ging, is duidelijk; Copernicus eischte van zijn hypothesen niet alleen, dat zij het verschijnsel berekenden, maar ook dat zij conform waren aan de beginselen der physica (metaphysica). Zijn physica was echter niet meer de peripatetische maar de platonische en zooals we zien zullen is Kepler hem hierin gevolgd. Ook Ursus draagt dezelfde meening voor als Osiander,. maar op onbeholpen wijze Hij beweert niet alleen, dat een hypothese niet de realiteit uitdrukt, maar overdrijft dit door te zeggen, dat het tot haar wezen behoort, dat ze onjuist is, dat ze niet meer dan een vernuft spel. is 12) . Er blijkt uit het voorgaande, dat de aanhangers der oude school de hypothese beschouwden zooals wij het met beroep op Newton ook dikwijls doen, als een min of meer willekeurige veronderstelling, terwijl de nieuwe richting een realistische astronomie, die deel der ..physica” is, voorstond en de hypothesen als noodzakelijke, onwan kelbare grondslagen opvatte. Het gaat tusschen de hypothese als suppositio, onderstelling en als sub-positio, onderstelling. De Parijsche hoogleeraar Ramus had met rhetorische wending zijn professorszetel beloofd aan hem, die een astronomie zonder hypo thesen kon geven. Kepler schrijft daarover aan Maestlin in 1597 (dus kort na publicatie van het Mysterium cosmographicum): Als Ramus daarmee hypothesen bedoelt, die moeten worden geloofd en niet bewezen en onder hypothesenvrije astronomie verstaat, die welke slechts de w are hemelbeweging geeft, dan komt aan Coper nicus of aan mij dat professoraat toe. Verwerpt Ramus echter alle hypothesen: de ware en natuurlijke zoowel als de valsche, dan is hij dom. En. zegt Kepler schertsend, ik wil liever mijzelf professor dan Ramus dom noemen (malo me professorem regium quam Ramum stultum appellare) 13). Het realistische hypothesebegrip heeft Kepler verdedigd tegen Osiander (in zijn Mysterium cosmographicum) en tegenover Ursus in zijn Apologia Tychonis. „W a t een hypothese is” 14).
Het woord hypothese werd volgens Kepler het eerst door de meetkundigen (geometra) gebruikt. Zij waren niet zoo dwaas als de Pyrrhonisten 15), die alles betwijfelen, maar hebben door .natuurlijk licht” (lumen naturale) geleid, bepaalde algemeen erkende grond slagen als uitgangspunt genomen. Zij noemden die ..axioma’s”. Een andere soort is er echter ook; daarvan wist men niet zeker of zij juist waren. Toch werden zij als zoodanig aanvaard om daarna af te leiden wat volgen zou indien zij juist waren. Met deze soort vooral heeft men te maken als men de bewijsmethode van de geometrie naar verwante wetenschappen overbrengt. Beide soorten noemde men hypotheses, of suppositiones, onderstellingen t.o.v. hetgeen, dat men
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's