1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 23
19
Het bleek Julien, dat er een groote tegenstelling bestaat tusschen de groepenverdeeling der Pygmeeën en der Bosjesmannen. Langen tijd heeft men gemeend deze volken als nauw verwant, zelfs als takken van één ras te moeten beschouwen, op grond van hun geringe afmetingen, lichte huidskleur en overeenkomst in index cephalicus. Daartegenover stonden diepgaande ethnologische en algemeen cultureele verschillen, die een samenhang tusschen beide groepen twijfelachtig maakten. Het serologisch onderzoek pleit wel zeer sterk voor de laatste opvatting. Ook kan uit de tabel worden afgelezen een verschil tusschen de bloedgroepenverdeeling bij de Negers uit de Pygmeeën-omgeving en die van de Westkust van Afrika. Daar Pygmeeënvrouwen dik wijls als bijvrouwen door de eerstgenoemden gehouden worden en er dus een sterke vermenging is opgetreden, ligt de verklaring der getallen voor de hand. Voor alle groepen zijn de waarden bij de N.O.-Congonegers intermediair tusschen die der Pygmeeën en die van de raszuivere Negers uit Liberia en Siërra Leone. Voor deze laatste twee stammen concludeerde Julien (1937) op grond van de berekende geengetallen tot zeer nauwe verwantschap, hoewel ze 200 mijl hemelsbreed van elkander wonen. In het ternaire systeem van grafische voorstelling komt dit zeer mooi uit (afb. 4). Ook aan de groepen M en N heeft Julien aandacht besteed. De resultaten daarvan zijn echter nog niet gepubliceerd, aangezien de auteur verwachtte (naar mij uit een schriftelijke mededeeling van hem bleek), dat de conclusies uit het materiaal te trekken nog weer door andere gegevens zouden worden achterhaald. Het is geen wonder dat men onderzoekingen als deze, waarvan de oudste welhaast weer 20 jaren geleden plaats vonden, heeft uit gebreid over den ganschen aardbodem, tot bij de meest verschillende volken, om daar op groote schaal gevolgtrekkingen uit te maken. Het is begrijpelijk, dat daarbij de verwachting werd gekoesterd, dat het onderzoek naar de bloedgroepen goede diensten zou bewijzen bij het opsporen van den oorsprong dier bevolkingen en dat de uit komsten van die nasporingen een belangrijke bijdrage zouden leve ren voor het vaststellen van de verwantschap en het ontstaan der menschenrassen in de geheele wereldbevolking. Helaas is deze ver wachting niet vervuld. Zooals een aantal getallen, die hieronder volgen, ons laten zien, zijn er weliswaar veelal groote verschillen tusschen sterk van elkaar afwijkende volksstammen op te merken, maar daarnaast evenwel vertoonen soms die getallen bij zeer ver uiteenloopende volken zulke overeenkomsten, dat alle parallelisme met de gebruikelijke en toch ook zeer waardevolle kenmerken van rasonderscheid geheel zoek is. Het is niet noodzakelijk om hier groote reeksen van getallen op te sommen, maar wij kunnen wel een schetsmatig overzicht geven van wat tegenwoordig over de verspreiding van de genen A, B en R
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's