Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 160

3 minuten leestijd

156

hypothese slechts waarschijnlijk. Streng gesproken zou in een induc­ tieve wetenschap alleen voor waarschijnlijke hypothesen plaats zijn. Een voorbeeld hiervan zouden dan de astronomische wereldstelsels opleveren. De subtiele materie echter kan eigenlijk zelfs hiertoe niet gerekend worden; de ervaring spreekt voor het ledig (in empirische beteekenis!) en bovendien is die materie een geheel overbodige her­ senschim. 5. De inductie. Juist inzicht in het wezen van een inductieve wetenschap maakt Pascal voorzichtig. ..In alle dingen, waarin het bewijs bestaat ui! experimenten, niet uit betoogen (expériences et non en démonstrations), kan men slechts een algemeene uitspraak doen door volledige opsomming van alle deelen of gevallen. Diamant is het hardste lichaam, van d e g e n e die wij kennen" (II, 144). ,,De Natuur is steeds zichzelf gelijk, maar wordt niet altijd evengoed gekend. W ant de ervaring, die alleen ons er het begrip van geeft, wordt dagelijks meerder” (II, 136). Ondanks zijn empirisme beschouwt Pascal de natuur toch als een wetmatig geheel, dat op zichzelf bestaat. De wetten der natuur leeren wij steeds beter kennen: de ware wetenschap is het niet bereikte, maar voortdurend meer benaderde doel. Het nooit-af-zijn brengt hem echter niet tot skeptische berusting; hij geeft de wetenschap voorzoover wij die kennen en ziet niet af van uitspraken over haar, zooals wij reeds zagen bij het „vacuum” en de ,,lucht”. Descartes meende, dat de natuurwetenschap deductief was, zooals de wiskunde. Vandaar zijn meening, dat na hem nog wel in de breedte, maar niet in de diepte van uitbreiding sprake zou kunnen zijn. Pascal is bescheidener; juist het inductieve karakter der natuur­ wetenschap geeft hem een mild historisch oordeel. Lavoisier, de groote man der positieve scheikunde, verwijt zijn voorgangers, dat zij meer verondersteld dan bewezen hebben. Pascal oordeelt zachter: „De Ouden hebben eerder gebrek aan geluk in het proefnemen ge­ had, dan aan kracht in het redeneeren. Daarom hadden zij gelijk met te zeggen, dat het vergankelijke ondermaansch is, want in eeu­ wen hadden zij geen verandering aan den hemel opgemerkt, terwijl wij nu kometen zagen opvlammen en verdwijnen” (II, 141—•142). „Zij hadden gelijk met te zeggen, dat de natuur geen vacuum toelaat; zij bedoelden dan: volgens alle ervaringen, die zij gehad hadden. Die toonden hen nooit een ledig, daarom ontkenden zij het. Zij hebben slechts willen spreken over de natuur in den staat, waarin zij haar kenden. Zonder hen tegen te spreken kunnen wij het tegen­ gestelde beweren” (II, 143--144). Het behoeft geen betoog, dat we hier P a sca l’s opvattingen en niet die van de Ouden hooren!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 160

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's