1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 34
30
Julien komt tot de conclusie, dat de hypothese van een menschelijk oerras O wel zeer onwaarschijnlijk is en ,.veeleer schijnt het omge keerde het geval te zijn geweest, n.1. dat bij den primitieven mensch de bloedgroep O nagenoeg geheel of geheel heeft ontbroken, wat meer met diverse onderzoekingen in overeenstemming zou zijn. Nog vermeldt Julien mijns inziens zeer terecht als voor de hand liggend bezwaar, dat de z.g. primaire, ongedifferentieerde bloedgroep O eigenlijk geenszins een neutrale uitgangstoestand kan zijn. Immers bezit een dergelijk bloed toch als duidelijk positieve kenmerken de aanwezigheid van een tweetal agglutininen a en /3; positief omdat bij den mensch ook bloedgroepen voorkomen zonder deze gepraeformeerde anti-stoffen. W ij moeten toegeven dat in dit licht bezien de groep O a/3 inderdaad gelijkwaardig is met de andere, b.v. ABo. W ij hebben de theorie van Bernstein, die op evolutionistische basis rust (zij gaat immers uit van een z.g. ..primitieve” toestand, waarop hooger ontwikkelde stadia zouden moeten volgen) wat breeder besproken om te laten zien hoe zij in haar consequenties in hopeloozen strijd raakt met andere principia der descendentieleer. Hier dient ook nog aandacht geschonken te worden aan de be schouwingen van Routil (1935) over de phylogenie van den mensch. Ook deze auteur neemt onverbloemd het standpunt van de descen dentieleer in. W ij zullen zijn beschouwingen kritisch bezien. Eigen aardig is de wijze, waarop hij concludeert tot een monophyletische afstamming van den mensch. Routil wijst er op, dat de differentiatie van het bloed gedurende de embryonale ontwikkeling begint plaats te vinden ongeveer vanaf de 4e tot 6e maand. Vóór dien tijd is het onmogelijk iso-agglutinatie tot stand te brengen. Hij verklaart hier van toepassing de bekende biogenetische grondwet (Haeckel), die in de ontogenie een verkorte herhaling van de phylogenie ziet. Om dat dus een ontwikkelingsstadium van de menschelijke vrucht zonder agglutinogenen voorafgaat aan het optreden van deze. volgt daaruit dat het in de afstammingsgeschiedenis van den mensch ook zoo gegaan is en dat dus de menschheid is begonnen met uitsluitend de bloedgroep O. Dit is een zeer lichtvaardige redeneering, daar de z.g. biogenetische grondwet zelf niet meer dan een veronderstelling is, voor welke nooit behoorlijke bewijzen zijn aangebracht. Voor de oorspronkelijkheid van de O-groep zou ook pleiten het feit, dat deze groep in het algemeen in een hoog % bij alle volkeren op aarde voorkomt: tot 100 % bij de Zuid-Amerikaansche Indianen. Ik noem echter in tegenstelling daarmee de Yamana, een volksstam op Vuurland, waarvan slechts 9.1 % tot groep O behoort. Het is met deze Vuurlandsche bevolking toch eigenaardig gesteld, daar de groep A hier geheel ontbreekt, iets wat nergens elders het geval is. Bovendien treden zeer sterke tegenstellingen op in een klein gebied. Men oordeele over de volgende gegevens van 3 volksstammen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's