1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 44
40
toe en doet alsof ik aan zijn zijde sta, omdat ik schreef „hypotheses tuas amo", aldus een getuigenis ontwringend aan iemand, die niet op de hoogte was”. Kepler zegt verder, dat hij Ursus aangekondigd heeft de pen tegen hem op te zullen nemen, echter alleen wat het wetenschappelijke betreft. Huiselijke omstandigheden en Ursus’ dood beletten hem hieraan gevolg te geven, maar de belofte aan Tycho bleef en „ziehier dan het werk”. Hoofdstuk II dient om het ontstaan der astronomische hypo thesen historisch te belichten, opdat aldus blijke. dat Ursus ten onrechte Tycho er van beticht heeft oude Grieksche hypothesen omgewerkt te hebben. Om hoofdstuk I, „wat een astronomische hypothese is”, te kunnen begrijpen, is het van belang de in Kepler's tijd heerschende opvatting te beschouwen. Het hypothesebegrip van de scholastiek.
In de Middeleeuwen en ook nog in Kepler’s tijd werd de astro nomie, voorzoover zij geen sterrewichelarij (astrologie) was, be schouwd als praktische wiskunde, in tegenstelling tot de theoreti sche, zuivere wiskunde. (Vandaar ook Kepler’s titel van hofmathematicus). Dit hangt samen met de opvatting, dat de taak der astro nomie slechts is de plaats der hemellichamen met behulp der wis kunde te construeeren en te berekenen 7). Plato had als taak der hemelkunde gesteld cirkelvormige banen te construeeren met behulp waarvan men de plaats der hemellichamen berekenen kan. Men trachtte deze eisch te vervullen door constructie van excentrische cirkels, maar ook door epicykels. (De planeet beschrijft een cirkelbaan waarvan het middelpunt zich beweegt langs een cirkel, die de aarde tot middelpunt heeft). Hoe de hemellichamen zich in werkelijkheid bewegen, was iets dat uitgemaakt moest worden door de „natuurphilosophie”. Men dacht er niet aan ervaringen, die voor het aardsche golden, ook op de hemel toe te passen, want het aardsche, ondermaansche is volgens de scholastieke wijsbegeerte vergankelijk, terwijl het hemelsche eeu wig is. De mogelijkheid tot wat wij nu zouden noemen een natuur wetenschappelijke behandeling van de hemel werd niet erkend. W at men over de hemel wist, wist men door de physica, die wij echter nü grootendeels als metaphysica zouden betitelen. Deze verklaarde aard en beweging der hemellichamen door wijsgeerige redeneering; de hemellichamen beschrijven allen cirkelbanen, want zij zijn eeuwig en het eeuwige komt de volmaakte beweging, die geen begin of einde heeft, de cirkelbeweging, toe. Ook bij de planeten, waar het anders lijkt, moeten er inderdaad cirkelbewegingen zijn. Om aan deze eisch der physica nog eenigszins tegemoet te komen gebruikten de astro nomen dan ook juist cirkelconstructies.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's