1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 93
89
tingen publiceerde Chasles o.a. een brief van Jacobus II van Enge land, welke deze laatste uit St. Germain geschreven had aan Newton, 14 dagen na zijn vlucht uit Engeland in 1689 72). Jacobus deelde mede, dat de geleerde wereld in Erankrijk in opstand was gekomen over de verloochening (door Newton) van zijn intieme betrekkingen met Pascal. De Franschen waren in het bezit van documenten, die de Waarheid zouden onthullen. Lodewijk XIV had in een brief aan Huygens uiting aan zijn toorn gegeven. Ook deze vorst mengde zich daadwerkelijk in het debat 7S). De volgende documenten insinueer den, dat Newton heimelijk alle geschriften dezer geleerden vernietigd had, na er op de bovenomschreven wijze gebruik van te hebben ge maakt, terwijl hij bovendien zijn eigen brieven van de familieleden had teruggevorderd. Dat het een volkomen onaannemelijk feit was. dat (volgens dezelfde documenten) de finesses van de zaak in het begin der 18de eeuw al aan een dertigtal geleerden bekend waren, terwijl het tot 1867 zou moeten duren voordat de „waarheid” aan het licht zou komen, drong niet tot het bewustzijn van Chasles door, ofschoon dit bezwaar door talrijke academieleden werd ten berde gebracht. Het zou mij te ver voeren ook maar bij benadering een verslag te geven van alle brieven, die door Chasles, ter staving van zijn publi caties, werden overgelegd. Achtereenvolgens kwamen ook nog Galileï en onze landgenoot Christiaan Huygens in het geding 74). De roem van de ontdekkingen van deze laatste werd weer gedeci meerd door Galileï, wat aan onzen la nd gen oot Harting aanleiding gaf om zich in het debat te mengen 75). Mag ik misschien nog enkele staaltjes van de gevoerde discussie in het kort releveeren? Op 15 Juli 1867 kwamen de documenten van Pascal ter tafel, waaruit moest blijken, dat Pascal reeds op 2 Januari 1655 de massa van Saturnus had bepaald volgens de bekende Newtonsche methode, met behulp van de satellieten 76). Op 29 Juli d.a.v. werd hem tegengeworpen, dat dit onmogelijk was, omdat op dat moment nog geen enkele satelliet van Saturnus bekend was. De eerste satelliet werd eerst 3 maanden later ontdekt door onzen landgenoot Chr. Huygens 77). Geen nood. op 18 November verschenen er documenten van Galileï’s leerling Viviani, van Pascal, Cassini en Newton, waaruit bleek, dat niet Huygens, maar Galileï reeds in 1639 deze satelliet had ontdekt 78). Hij had zijn ontdekking medegedeeld per brief aan Huygens en verzocht de onderzoekingen verder voort te zetten, daar zijn verzwakkend gezichtsvermogen dit niet meer aan Galileï toeliet. Huygens had dit inderdaad gedaan en later alles onder eigen naam gepubliceerd (alles met documenten gestaafd). Vrijwel onmiddellijk werd Chasles voorgeworpen, dat dit toch wel erg moeilijk aan te nemen was, daar historisch vaststond, dat Galileï reeds in 1637
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's