1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 29
25
sera kreeg hij bij gibbons een positieven uitslag. Dit is niet in over eenstemming met wat Landsteiner vroeger gevonden had bij de 10 in de tabel vermelde, waarvan 2 tot de groep A, 6 tot B en 2 tot AB behoorden. Echter past Weineet's resultaat goed bij zijn evolutio nistische opvattingen, daar immers de gibbons lang zoo sterk niet het anthropoide karakter hebben als de chimpansé’s, de gorilla’s en de orang oetans De gibbons worden tegenwoordig wel eens niet meer tot de anthropoiden gerekend, maar dan ingelijfd bij de Cercopithecidae of meerkatten. Men kan beide doen, al naar mate men meer op de eene, dan wel op de andere eigenschap van deze dieren let, of ze zelfs (zooals ook gedaan wordt) als een zelfstandige familie plaatsen tusschen de menschapen en de overige apen van de oude wereld. Inderdaad kunnen ze als een overgang tusschen beide families worden beschouwd. Men voelt nu de redeneermg: bij de menschapen komen de 4 menschelijke bloedgroepen voor, bij de gibbons (die dan natuurlijk niet tot de menschapen gerekend wor den) niet, bij alle lagere apen ook niet en dus is de mensch nauwer verwant met de anthropoiden dan met de overige Catarrhina en de Amerikaansche Platyrrhina. Zoo’n redeneering is feitelijk waarde loos. Van groote beteekenis op dit gebied lijkt mij voorts het werk van Dahr (1936), verricht bij 2 chimpansé’s en 2 orang oetans uit den Berlijnschen dierentuin. De orangs konden oogenschijnlijk onderge bracht worden in de groep B, de eene chimpansé in de groep O, de andere viel evenals de zooeven vermelde Seppl buiten de men schelijke groepenindeeling. Veel belangrijker is evenwel dat door dieper onderzoek de identiteit der agglutinogenen van mensch en anthropoiden op losse schroeven kwam te staan. Dahr heeft de orang oetans op dezelfde wijze behandeld als W einert, door namelijk niet alleen met de sera a (anti-A) en /? (anti-B) te werken, maar ook met de sera o en a/3. Het resultaat was: met a —, met P + : op grond hiervan zou men geneigd zijn te zeggen : dus groep B. Voortzetting met het serum a/3 gaf ook +, maar even eens gaf het serum o (dus zonder agglutininen) een sterke positieve reactie. Dahr’s conclusie is nu: in het menschelijke o serum (en wel licht ook in het (3 serum) is nog een ander, heteroloog, met orangbloedlichaampjes werkzaam agglutinine aanwezig. Nadere proeven bewezen dit. Uit een menschelijk serum a/3 werden door absorptie met menschelijke erythrocyten A en B de agglutininen verwijderd; evenzoo uit een serum fi door absorptie met bloedlichaampjes B. Daarna gaven beide sera met menschelijke bloedlichaampjes geen reacties meer. Maar nog steeds bleef er een sterke reactie met het bloed van de beide orangs. De agglutinatie van de orang-erythrocyten door het menschelijk serum was dus niet gebeurd door het specifiek menschelijke agglutinine anti-B. Of met andere woorden: het agglutinogeen B van den orang oetan is niet identiek met dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's