Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 38

2 minuten leestijd

34

aanwezigheid van een stof als pepsine. een der eiwitsplitsende enzymen, bij de meest verschillende zoogdieren en van gelijkwaar­ dige vervangers ook bij andere Vertebraten. Het verschil met stof­ fen als de agglutinogenen is dan, dat de laatste een gevolg zijn van de werking van slechts één of twee erffactoren, terwijl de vorming van pepsine ongetwijfeld afhangt van een geheel complex van genen, zooals verreweg de meeste kenmerken van mensch en dier. Slechts door het gemakkelijk wisselende spel der enkele genen voor de bloedgroepen hebben de groepsspecifieke agglutinabele stoffen zoo de aandacht kunnen trekken, zooals dit ook gebeuren kon met eigenschappen als oogkleur en haarvorm, die eveneens van slechts zeer weinig erffactoren afhangen. De minder wisselende eigenschap­ pen vallen daarentegen door hun steeds aanwezig zijn niet meer op. Het bedoelde onderzoek naar de agglutinogenen van het paard is verricht door Prof. S. S cherm er (1934), Directeur van het Tierarztliche Institut van de Universiteit te Göttingen, en zijn medewerkers. Zij gebruikten daarvoor ongeveer 400 paarden. Reeds door andere onderzoekers voor hen was geconstateerd, dat menschelijk serum bij het paard agglutinaties teweeg kon brengen en zoo was zelfs een 4-groepen schema met agglutinogenen A en B en passende agglutininen a en /3 opgesteld. Bij nader onderzoek bleek het Scherm er, dat toch niet alle paarden hierin pasten: 16 % der dieren bleek niet te verklaren met slechts 2 paar agglutininen-agglutinogenen; later werd dit 30 ten slotte zelfs 40 %. Een groots op­ gezette serie proeven bracht aan het licht, dat ook bij het paard, precies als bij den mensch, 2 typen van A-erythrocyten en 2 typen van «-serum voorkomen. Het zeer gevoelige agglutinogeen werd A 1( het mindergevoelige Ao genoemd; het sterk werkende serum a, het zwakke a^. At—

De volgende reacties bleken in vitro nu mogelijk :

. Ao — a Het zwakke agglutinine at veroorzaakt geen samenklontering van de roode bloedlichaampjes A-, en achteraf werd dan ook gevonden, dat de combinatie Ao <*i in hetzelfde bloed ook werkelijk bij 4 % van alle paarden voorkomt. Het grootste resultaat voor de verklaring der 40 % afwijkingen werd echter bereikt door S ch erm er’s mede­ werker K aem pffer, dien het gelukte 4 nieuwe erythrocyten-eigenschappen en eveneens 4 bijbehoorende agglutininen te vinden. Hier­ voor zijn ingevoerd de letters C, D, E, F. resp. yt <5,6 en rp. Een groot aantal combinaties is hier dus mogelijk geworden, zoodat het dik­ wijls niet eenvoudig is om twee paarden met precies dezelfde serologische structuur te vinden. De groep O komt heel weinig voor, slechts in 1.4 %, A (At en A2 samen) en B daarentegen zeer veel, resp. in 63 % en 75 '% der onderzochte dieren. Belangrijk is nu, dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 38

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's