1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 176
172
hebben een onvermogen om te bewijzen, dat onoverwinbaar is voor het dogmatisme. W e hebben een idee van de waarheid, die onover winbaar is voor het skepticisme” (fr. 395). Zeker weten en „abso luut niet-weten” zijn beiden onmogelijk voor ons. „En nu hebben al deze tegenstrijdigheden, die mij het meest schenen te verwijderen van de kennis der religie, mij juist tot de ware religie gebracht”, zegt Pascal (fr. 424). W ant er is slechts één godsdienst, die zich reken schap geeft vanwaar dat dubbele karakter van den mensch, deze ellende en grootheid, die toch zoo duidelijk waarneembaar zijn, ko men (fr. 432) en dat is de christelijke; alleen deze kent onze ware natuur (fr. 433). Alle menschen jagen naar het geluk; deze begeerte en de onmacht tot haar vervulling schreeuwen ons toe, dat er vroeger waar geluk in den mensch geweest is, waarvan slechts een leeg spoor over is. Dit verloren goed is God. maar de mensch zoekt met alles — be halve God -—- die leegte te vullen: de een met de autoriteit, de ander met de natuurwetenschap, een derde met genot (fr. 425). Alle op lossingen, die de wijsgeeren geven, zijn echter onbevredigend, omdat zij de oorzaak van ons onvermogen om het ware goed te bereiken niet kunnen geven, dus ook het middel ter genezing niet kennen. Daarom moeten wij luisteren naar de Goddelijke Wijsheid, die zegt, dat wij goed en volmaakt geschapen zijn, vol van licht en ver stand. W ij aanschouwden God’s majesteit. Maar de mensch kon die weelde niet verdragen en matigde zich aan onafhankelijk en met God gelijk te kunnen zijn. Daarom heeft God hem losgelaten en nu heeft hij nog ternauwernood een vaag besef van zijn Schepper en een machteloos instinct van het geluk van zijn eerste natuur, terwijl zijn ellende en verblinding en begeerte hem tot tweede natuur ge worden zijn (fr. 430). -—' In het feit van den zondeval ligt voor Pascal de oorzaak van alle tegenstrijdigheden en al onze onbevre digdheid: het is de hoeksteen van zijn theologie. 2.
De ware religie o v e r God.
Het tweede kenmerk der ware religie is haar erkenning, dat God in het verborgene woont: „Alle godsdienst, die niet zegt, dat God verborgen is, is niet waar” (fr. 585), Ook hierin strookt weer de christelijke godsdienst met de werke lijkheid: hij onderneemt het niet God uit de natuur of met het na tuurlijke verstand metaphysisch te „bewijzen”: „Hij zegt, dat God zich verborgen heeft voor de menschen. Als men dus den christelijken godsdienst verwijt, dat niets. God met zekerheid toont, dan verwijt men de Kerk iets, dat zij met haar bestrijders eens is” (fr. 194). Over de Kerk is Pascal hier te optimistisch; de Roomsche Kerk heeft zich wel eenigszins anders uitgesproken. Maar Pascal behoort
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's