1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 62
58 46)
47) 48) 49) so) 51)
52)
5S) 54) r,:’) 5(i) 57)
55) 59) 60) 61) 62)
63)
Myst. c. 20; I, 178. Kepler aan Hegulontius; I, 372. Kepler aan Maestlin. April 1597; I. 31. Vergelijk Timaios 90 CD. Kepler aan Maestlin, April 1597: I, 32. E. Cassirer (Das Erkenntnisproblem, Berlin 1911: 337. 340— 343, 346) heeft neiging Kepler eenzijdig te beschouwen. Hij schakelt de vraag uit waarom bij Kepler en waarom bij de neokantianen „Angemessenheit” tusschen de te kennen natuur en de menschelijke geest bestaat. Kepler’s latere werken, vooral de Harmonices mundi, schijnen hem voldoende materiaal voor zijn opvatting te leveren. Maar hoe kan Kepler dan 25 jaar na de eerste publicatie (dus nog na het verschijnen van de Harmo nices (1619)) in zijn aanteekeningen (1621) op het Mysterium cosmographicum (1596) dit werk, op enkele niet-ingrijpende wijzigingen na. nog voor zijn rekening nemen? (vgl. Cassirer, p. 375—376). Omdat hij nog steeds meent, dat het ontologische waarheid bevat (zie annot. b op Myst. cap. 11; I, 136). God heeft de wereld als een onzer bouwmeesters gemaakt, naar orde en regelmaat, zoodat het lijkt alsof niet wij de natuur na bootsen, maar alsof God op onze bouwwijze gelet heeft. Myst. dedicatio; I, 97. Geometricae figurae sunt entia rationis....... ergo sunt aeternae (scil. in mente Dei). Kepler aan Hegulontius: I. 372. Annot. na 25 jaar; I. 111. Myst. c. 12; I 145. Kepler aan Fabricius; I, 357. So dan nun auch die himlische würckung in den Erdboden durch eine Harmoniam und stille Musicam khumpt.. so muess abermahl in den Erdboden....... eine verstandliche sehl steckhen, wölliche anfahe zu dantzen. wan jr die Aspect pfeiffen. Calen darium in annum 1599; I. 402 Zie ook: De fund. astrologiae XLII; I. 429. De fund. astrol. XLIII; I. 429. I. 98, 123, 184. Kepler aan Maestlin. Apr. 1597; I, 31. Myst. dedicatio; I, 97. Nu was noch is het den Algoede gegeven, iets anders dan het schoonste te bedrijven. Timaios 30 A (vertaling: Jan Prins. Platoon’s Timaios, Den Haag. z.j.). Zoowel Kepler als Copernicus beroepen zich voor hun aesthetische en mathematische beginselen steeds op Plato. Als hij op geometrische wijze het wezen van het vuur uiteen gezet heeft, zegt Plato: ,.Hier ligt de oorsprong van het vuur en van de andere lichamen....... De oorsprongen, die daar nog weer boven liggen weet God en van de menschen, die Hem bevriend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's