1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 52
48
zakelijk is hieraan de opvatting te verbinden, dat de zon stil staat. Om te begrijpen waarom Copernicus dan ..speciem pro genere” genomen heeft door de zon bovendien in het centrum der wereld te plaatsen, moeten we van de astronomie naar de physica of cosmographie overgaan, zegt Kepler. Copernicus' hypothese stemt overeen met de natuur, want deze bemint eenvoud en eenheid en heeft niets overbodigs. Copernicus heeft niet alleen de overbodige cirkels ver wijderd. maar ons ook de schoone samenhang van de wereld ge openbaard 29). Kepler doet hier de keus, alles, ook de aardbeweging op de zon te betrekken, omdat dit het meest harmonische totaalbeeld geeft. Eerst hiermee heeft hij naar zijn eigen meening de bodem der eigen lijke astronomie verlaten en de physica te hulp geroepen. Het schoonste geheel is volgens hem ook het ware. Het „naïef realisme” .
Ursus meent, dat men begint met een hypothese en dan tot waar neming komt. Volgens Kepler is het begin der kennis uit de zintui gelijke waarneming 30); daar komt dan de redeneering (ratiocinatio) bij, die de geest tot kennis van de vorm der wereld brengt. Deze conclusie uit de waarneming heet dan achteraf de ..astronomische hypothese”. Drie dingen zijn er in de astronomie: 1. de schijnbare (apparentes) bewegingen der hemellichamen; 2. de astronomische hypothesen; 3. de geometrische hypothesen 31). Al begint zij er mee, toch is de astronomische waarneming voor Kepler niet identiek met de directe zintuigelijke gewaarwording. Evengoed als de oudere astronomen weet hij, dat het verstand noodig is om de zinnelijke schijn tot wetenschappelijk feit te verdiepen. Tegenover de naïeve opvatting, die niet boven direct zintuigelijke ervaring uitgaat, staat Kepler naast de ptolemeïsche astronomie en daarom doet hij terloops een aanval op Patrizzi (1529—1597). Patricius verwerpt sferen en cirkels en elke astronomische hypo these. De planeten bewegen zich volgens hem tusschen de vaste sterren en beschrijven inderdaad spiralen en verdraaide lijnen langs de hemelkoepel, zooals wij die direct waarnemen 32). De goddelijke rede stuurt hen in hun grillige loop. Kepler geeft toe. dat de loop der planeten door de hoogste Rede beheerscht wordt en dat, indien het God behaagde, zij daarom alleen reeds de spiraalbanen kunnen doorloopen. zooals wij die zien De waarlijk philosofeerende astro noom echter verschilt van Patricius als hij vraagt wat God eerder zou behagen: de planeten de samengestelde en verwarde beweging te geven, die ons oog treft, óf hen zoo eenparig en regelmatig moge lijk te laten bewegen? Hij zoekt de oorzaken waardoor ons gezicht gefopt wordt en verheugt zich als hij van de eenvoudige, geordende beweging der planeten de toevallige, door phantasie van het gezicht ontstane, gescheiden heeft. Bij Patricius’ opvatting kan men geen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's