Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 57

3 minuten leestijd

53

kunnen komen. W ant G öd heeft Zijn Wezen in de schepping uit­ gedrukt. dus maat en getal er in gelegd, maar tevens den mensch zóó geschapen, dat hij dit Wezen zou kennen. Kepler breekt zich het hoofd niet over de schaduwachtigheid van de wereld t.o.v. het ware Zijn, maar aanvaardt de realiteit ervan op eenvoudige wijze. Erkend moet echter worden, dat Kepler zich beperkt tot het zuiver geometri­ sche wereldbestel (het „statische”), want waar hij wiskundig specu­ leert over de voortreffelijkheid van de eene planeet boven de andere en dergelijke teleologische kwesties, waarschuwt hij er voor, dat dit slechts een „spel” is 66). Hij volgt Plato daarin, dat hij den Schepper Zijn eigen Wezen in de schepping laat uitdrukken 67). Een verschilpunt is echter, dat bij Plato in de eerste plaats de kosmos het Wezen van het Goddelijke in zich heeft, terwijl de mensch dit slechts in afgeleide zin heeft en aan de kosmos ontleent (een mikrokosmos is). Bij Kepler werkt de christelijke opvatting door: de mensch staat als directe beelddrager Gods, als eigenlijk doel der schepping, tegenover de rest van het geschapene (omnia propter hominem) 6S). Als Plato vooropstelt, dat God niets doen kan, dat niet goed is, dan geldt dit niet alleen voor het zedelijk goed, maar dan zegt het. dat God niets kan doen wat strijdt tegen de wetten van logica en mathematica, waaraan Hij „onderworpen” is. Hier moet de Christen Kepler zich van Plato los maken. Hij verwijt Plato. dat hij de vol­ maaktheid en noodwendigheid van de geometrische wetten in de geometrische Idee zelf ziet en niet in God’s souvereine wil en aldus de vroomheid schendt 69). In hun praktische houding komt het op hetzelfde neer. Nu God eenmaal de geometrische en logische wetten vastgesteld heeft, doet Hij ook volgens Kepler niets meer, wat voor het verstand onredelijk blijkt. Hij heeft ons n.1. diezelfde wetten ingeplant, die Hij in de natuur uitdrukte, Kepler en Jeans.

Tenslotte een enkel woord over Kepler’s verheerlijking der wis­ kunde vergeleken met die van den modernen astronoom Jeans. Jeans vindt in de natuur overal mathematische wetten; eigenlijk lost de natuur zich op in mathematische vergelijkingen, zoodat haar wezen het best aangeduid wordt als mathematisch. De wiskunde is een zuiver product van de menschelijke geest; de waargenomen natuur is als mathematisch werk dus ook het product van een mathematisch brein, dat oneindig ver boven het onze verheven is : de Godheid 70). Nu zegt ook Kepler, dat het onderzoek der natuur tot geloof in God leidt. Toch ligt de zaak bij hem anders. Kepler gaat niet blanco tot de natuur om er God te vinden; een reeds aanwezig geloof ont­ vangt bij het natuuronderzoek versterking en bevestiging 7:1). Bij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 57

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's