1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 108
104
te geven. Het vermoeden, dat ook andere projectielen radioactieve isotopen zouden kunnen verwekken, werd reeds door Curie en Joliot uitgesproken en spoedig daarna door Cockroft, Gilbert en Walton voor protonen en door Henderson, Livingstone en Lawrence voor deutonen bevestigd. Het aantal der aldus verkregen radioactieve elementen was echter nog gering. Alle bleken zij positieve electronen uit te zenden. Reeds in Maart 1934 kon Fermi echter mededeeling doen van zijn vondst, dat neutronen, verkregen door beschieting van beryllium met a-deeltjes, bij een groot aantal elementen kunstmatige radio activiteit verwekten, en dat de daarbij gevormde nieuwe isotopen negatieve electronen uitzenden. In korten tijd werden door hem en zijn medewerkers E. Amaldi, O. d’Agostino, E. Segré, B. Pontecorvo, F. Rasetti van de 82 bekende niet-radioactieve elementen er 67 onderzocht, met het resultaat, dat in 44 gevallen een activeerbaarheid door neutronen werd vastgesteld. Bij verschillende ele menten kon uit het optreden van meerdere halveeringstijden tot het ontstaan van meer dan één radioactief isotoop worden besloten. Langs chemischen weg werd vastgesteld, dat in zeer veel gevallen het gevormde radioactieve element isotoop was met het bestraalde element. Daaruit volgde, dat bij deze elementen de kerntransformatie bestaat in de absorptie van het neutron door de getroffen kern. In 1935 vinden Fermi e.m. het belangrijke verschijnsel, dat bij verschillende elementen de activeerbaarheid aanzienlijk wordt ver hoogd. wanneer men de neutronen, alvorens ze het element te doen treffen, een laag paraffine of water van eenige cm dikte laat doorloopen. Van dit op het eerste hooren zoo verrassende feit vond Fermi dadelijk de juiste verklaring. De neutronenbron (Be + Ra Em) zendt neutronen uit van zeer verschillende, waaronder zeer hooge energieën. Bij de herhaalde botsing tegen de waterstofkernen in het paraffine of water, zullen zij een belangrijk deel dezer energie verliezen, zoodat het aantal langzame neutronen relatief sterk toeneemt. De berekening leert, dat voorzoover bij de botsing neutron en waterstofkern als vaste bollen mogen worden beschouwd, het eerste gemiddeld per botsing de helft van zijn energie overdraagt aan het tweede. Neutronen, die eenige cm paraffine doorloopen hebben, bezitten daarom een continu energiespectrum, waarin de kleine energieën sterk vertegenwoordigd zijn. Te verwachten valt, dat de kans, dat een neutron door een kern zal worden geabsorbeerd, des te grooter zal zijn naarmate het neu tron langer in de buurt van de kern blijft, d.w.z. naarmate zijn snel heid geringer is. Op deze omstandigheid berust het waargenomen verschijnsel van de versterking der activeering bij het plaatsen van paraffine of water tusschen neutronenbron en element. Uiteraard kunnen zulke langzame neutronen geen reacties verwek ken die een eenigszins belangrijke energie vereischen. Reacties,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's