1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 81
77
zoekingen van Newton, want we zijn nu juist gekomen aan het vroe ger vermelde moment, dat de jonge Newton in meditatie verzonken zat in den tuin van Woolsthorpe. Het voorgaande moge voldoende zijn om aan te toonen, dat de akker reeds geploegd w as en dat het niet noodig was het hardhandig ingrijpen van den vallenden appel te hulp te roepen om de gedachten van Newton, die van dit voorafgaande niet onkundig w as gebleven, in de gewenschte richting te sturen.
W ij komen nu aan het tweede zeer belangrijke punt uit het verslag van Pemberton, het gebruik van de foutieve maat van de straal van de aarde, de daaruit voortvloeiende verkeerde uitkomst, het vervol gens teleurgesteld terzijde leggen van de berekening en de daaraansluitende opwinding 16 jaar later. Reeds in het begin van de 18de eeuw heeft het verwondering ver wekt, waarom Newton na de terugkeer uit Woolsthorpe, toen hij de bibliotheek van Cambridge weer tot zijn beschikking had, verzuimd heeft de berekeningen te herhalen, met gebruikmaking van de veel nauwkeuriger graadmetingen van zijn landgenoot Norwood uit 1636 31), of eventueel van onzen landgenoot Snellius uit 1617 32), die, ofschoon niet buitengewoon nauwkeurig, een zeer bevredigend resultaat zouden hebben opgeleverd. Reeds Voltaire sprak die meening uit in 1738 in zijn „Elements de la philosophie de Neuton, mis a la portée de tout le monde”. Voltaire spreekt daarbij het vermoeden uit, dat deze meer nauw keurige resultaten in Engeland in het vergeetboek waren geraakt, tengevolge van de politieke woelingen van dien tijd. Het antwoord op deze vragen kan, op grond van moderne histo rische navorschingen, kort zijn.
M et g r o o t e zekerheid laat zich n.l. hieruit opmaken, dat N ewton dez e berek ening inderdaad en m et gu n stig g e v o l g h eeft uitgevoerd. Met groote nauwkeurigheid is deze kwestie onderzocht door Cajori in de in 1928 verschenen verhandeling „Newton’s twenty years’ delay” 33). Daarin wordt o.m. geciteerd een gedeelte van een memo randum in Newton's handschrift, dat in 1887 werd ontdekt door Adams (de berekenaar van Neptunus) in de verzameling handschrif ten onder berusting van de graaf van Portsmouth, in de litteratuur bekend als de „Portsmouth-collection”, waar wij lezen : .......... And the same year (1665 or 1666) I began to think of gravity extending tot y e orb of the Moon, and having found out how to estimate the force with w ch (a) globe revolving within a sphere presses the surface of the sphere, from Kepler’s Rule of the periodical times of the Planets being in a sesquialterate proportion of their distances from the centers of their Orbs I deduced that the forces w hc keep the Planets in their Orbs must (be) reciprocally as the squares of their distances from the centers about w ch they revolve; and therefore compared the force requisite to keep the Moon in her
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's