1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 43
39
woonte van die dagen, overdreven loftuitingen daaraan toegevoegd, o.m. „roem van Duitschland” (decus Germaniae). Ursus nam geen notitie van die brief, totdat hij merkte, dat Kepler’s werk opgang maakte. Toen zocht hij contact en drukte de brief in extenso af in zijn in 1597 verschenen „De hypothesibus astronomicis”, waarin hij zich verdedigde tegen de beschuldiging van plagiaat en zich uitputte in persoonlijke aanvallen op Tycho. Ondertusschen had Kepler een en ander over Ursus vernomen, waarschijnlijk door zijn leermeester Maestlin: „de roem van Duitschland” is in zijn corres pondentie nu „een ezel en geen beer” (asinus ille, non jam ursus). Na de publicatie van zijn schrijven aan Ursus kreeg hij van Tycho een booze brief vol verwijten, terwijl Maestlin hem meer dan een maal aanspoorde Ursus tot verantwoording te roepen en Tycho zijn verontschuldigingen aan te bieden. Ondertusschen werd Tycho door Rudolf II naar Praag geroepen. Ursus nam hierop snel de beenen: gerechtelijke vervolging had geen voortgang, daar hij overleed (1600). De keizer liet zijn boek in be slag nemen. Terwille van Tycho en op aandringen van zijn geliefden leer meester is Kepler in 1601, nog in Graz. dus alvorens ook hij naar Praag trok, met een apologie voor Tycho begonnen, waarin vooral bewezen moest worden, dat Tycho zijn hypothesen niet aan de Ouden ontleende. De samenwerking tusschen Tycho en Kepler te Praag was van korten duur; 24 November 1601 stierf Tycho. Kepler schoof het onaangename werk van de apologie terzijde. Tycho en Ursus waren beiden gestorven en de zaak had hem vanaf het begin tegen de borst gestuit; hij kon zichzelf zijn ondoordachte overdrij ving niet goed vergeven. Maar ook een andere reden hield hem tegen. Aan David Fabricius, die hem aanspoorde nu spoedig zijn belofte aan Tycho te vervullen, schreef hij December 1602, dat hij eerst de geschiedenis der hypothesen nog eens grondig wilde bestudeeren en dat hij het werk zou uitgeven als het minder opzien zou baren dan nu, want Ursus was zijn voorganger 5). Kepler had namelijk de positie van hofmathematicus gekregen en het pleit voor zijn fijn gevoel, dat hij aarzelt dadelijk tegen zijn voorganger te schrijven. Ander werk. de uitgave van Tycho’s nalatenschap, heeft Kepler’s aandacht voorgoed van de kwestie afgetrokken. Het handschrift is onvoltooid blijven liggen totdat Frisch het in de vorige eeuw bij de Opera omnia uitgaf ). Het bestaat uit een voorrede en twee hoofd stukken: ..W at een astronomische hypothese is” en „Over de ge schiedenis der hypothesen”. In de korte voorrede vertelt Kepler over de bewuste brief. Hij zegt, dat hij als jongeling van 23 jaar te hard van stapel geloopen is, zoowel in het prijzen van Ursus als in het zich neerbuigen voor hem. ..Door mijn onmatige lof heb ik velen geleerden onrecht gedaan”. „Ursus eigent zich Tycho’s hypothesen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's