1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 77
73
eene zal tot den andere komen over afstanden, die zich omgekeerd verhouden als hun „massa’s” 20) . Wanneer de maan en de aarde niet in hare banen teruggehouden werden door de „bezielde kracht” (vis animalis) of een daarmede gelijkwaardige kracht, dan zou de aarde opstijgen naar de maan over V54 deel van den afstand, de maan nederdalen tot de aarde over 53 van die deelen, en hier zouden zij samenkomen, vooropgesteld, dat de stof van beide lichamen van dezelfde dichtheid is.” Uit het voorafgaande is reeds op te maken, dat de inzichten van Kepler een groote vooruitgang vertoonen t.o.v. die van zijn voorgan gers. In het bijzonder blijkt dit uit zijn beschouwingen over een w edevk eerige attractie. Toch was Kepler nog zeer ver verwijderd van het opstellen van een attractie-„wet”, zooals vooral uit zijn verdere beschouwingen blijkt. W ij hadden reeds de gelegenheid er op te wijzen, dat Kepler met vrij groote klaarheid het traagheidsbeginsel van lichamen in rusttoestand heeft uitgesproken; voor bewegende lichamen is hij er echter niet in geslaagd zich noemenswaardig boven de Aristotelische opvattingen te verheffen. Ik wil daartoe nog eenige verdere aanhalingen uit de voornoemde inleiding vermelden. Kepler beschouwt daarin het zonnelichaam als bron van die kracht, die alle planeten ronddrijft:. „Ik heb dat zoo voorgesteld”, zegt hij, dat de zon weliswaar op haar plaats blijft, maar als in een draaibank wordt afgedraaid. Hierbij wordt een onstoffelijk bestanddeel van haar lichaam op dezelfde wijze als haar onstoffelijk licht in de wereldruimte uitgegoten. Dit bestanddeel volgt de draaiing van het zonnelichaam en wordt met geweldige drijfkracht in de wereldruimte gewerveld. Zoo draagt hij de massa’s van de planeten met zich mede in cirkels en zijn kracht neemt toe of af naarmate de stof in meerdere of mindere mate wegglijdt. De kracht, die alle planeten in hun baan om de zon ronddraagt, is als een gemeenschappelijke oorzaak her kend en hiermede afgedaan. Nu bleef nog te bewijzen over, dat iedere planeet een bijzondere krachtvormer (motor) moet bevatten, wiens plaats in den bol was aan te wijzen. Het is nauwelijks te gelooven, welke moeite mij de tot dit doel in het spel gebrachte krachtvormers in het vierde deel hebben veroor zaakt. Een loopbaan ontstaat, wanneer wij de krachtsontwikkelaars der planeten de taak opleggen, het lichaam in een naar d e zon ger ich te rech te lijn in evenwicht te houden. Ten slotte moest het gebouw onder dak worden gebracht en aange toond worden, dat deze evenwichtsbeweging waarschijnlijk door een magnetische kracht ontstaat. De oorzaak van alle bewegingen der hemellichamen berust dus op stoffelijke, en wel magnetische krachten, m et e e n ig e uitzondering van de wervelkracht van de rustende zon, die blijkbaar als lev en d e eigenkracht moet worden aangezien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's