1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 164
160
De overredingskunst moet volgens Pascal geometrisch van methode zijn: „buiten de wiskunde en hetgeen haar nabootst zijn er geen ware bewijsvoeringen” (IX. 287). De geometrische waarheden zijn „toutes naturelles et a notre portée” (IX, 228). „Natuurlijk” en „binnen ons bereik” wil voor hem allerminst zeggen, dat zij nu allen begrijpelijk of doorzichtig zijn. Slechts dat wij zóó geschapen zijn, dat we ons tegen deze waarheden niet verzetten kunnen. Deze meetkundige regels (bewijzen èn axioma’s) worden ontvangen in de ziel door „esprit” en „coeur”. De „geest” aanvaardt de bewijzen, het „hart” de grondbeginselen (principes). Het lijkt alsof Pascal, door als laatste ken-orgaan het „hart” te stellen, eigenlijk een „gevoel” als grondslag verkiest boven de Rede. Maar hij is zich er wel degelijk van bewust, dat gevoelens (sentiments), aan onze rijke verbeelding ontsproten, niet in de wetenschap thuis behooren: „De menschen houden dikwijls hun verbeelding voor hun hart” (fr. 275). En dan is er altijd nog de ver dorven wil van den mensch: „er zijn zelfs dingen, die de geest zou moeten toegeven, de verdorven wil echter weigert” (IX, 275). „Bui ten de geometrie zijn er bijna geen waarheden waarover wij het altijd eens blijven”, zegt hij, „en daarom moet de overredingskunst geome trisch van methode zijn” (IX. 277) en slechts axioma’s gebruiken, die volkomen evident zijn uit zichzelf. Merkwaardig is, dat Pascal dus niet veronderstelt, dat de verdor ven wil van den mensch ook de „natuurlijke” grondbeginsels zal vervalschen in de wiskunde: de wiskunde is het eenige gebied waar het „hart” goed functionneert. Leibniz, die in het algemeen veel gunstiger over de menschelijke natuur denkt, zegt, dat als de mensch er belang bij had, hij ook de grondslagen der wiskunde vervalschen zou. Overigens heeft Leibniz een grooter vertrouwen in de Rede dan Pascal; het argument der oneindigheden zal hij juist in tegenovergestelden zin uitleggen. Het feit, dat wij het oneindige op rationeele gronden moeten aanvaarden, is voor hem aanleiding het on eindige nu ook als aan de ratio onderworpen te beschouwen (IX. 280). Voor Pascal is het oneindige onbegrijpelijk voor de Rede, maar ontkenning van het oneindige zou tot absurditeit voeren, het eene is bóven de Rede, het andere er tégen. De Rede kan dus tusschen twee tegengestelden, die buiten haar bevatting liggen, helpen beslissen, zonder hen daarmee te beheerschen. D e grenzen der wetenschap.
1. De gren zen d er natuurwetenschap. Uit het voorgaande wordt wel duidelijk, hoezeer Pascal de aan matiging van den mensch in de wetenschap haat. Van het denkbeeld, dat de menschelijke Rede in staat zou zijn apriori een natuurweten schap op te bouwen, is hij steeds meer afkeerig geworden. Hij zag met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's