Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 27

3 minuten leestijd

23

en 35.12 %. Hieruit volgt dus voor s = V M — 7.746 en voor t — V N = 2.209, met een som van s + t = 9.995. Bij de Javanen en Soendaneezen is het verschil minder sprekend. Postmus vond bij 198 Soendaneezen voor s een waarde 6.356 en voor t 3.828. Deze wijken dus ook nog duidelijk af van de overal elders gevonden ge­ tallen 5.5 en 4.5. Bij andere volken, die ook belangrijk van Euro­ peanen verschillen, zooals b.v. de Japanners, komt zulk een afwij­ king, voor zoover tot nu toe bekend, niet voor. Al deze gegevens over de getallen der bloedgroepverdeeling. zoo voor de genen R, A en B, als voor M en N, zijn feiten, waarmee weinig is te beginnen ten aanzien van de meer klassieke raskenmer­ ken der anthropologie. Prof. V. Suk, de anthropoloog uit Brno, vestigt er nog even de aandacht op, dat de %-gewijze verdeelingen wei eens gebaseerd zijn op zeer verschillende totalen per bevolkings­ groep (varieerende van enkele individuen tot vele duizenden) en dat dientengevolge de nauwkeurigheid dier getallen wel te wenschen overlaat. Ook Julien rekent er mee, dat onderzoekingen aan minder dan 400 individuen op nauwkeurigheid geen aanspraak kunnen maken. Een zeker voorbehoud mag ten aanzien van sommige uitkomsten dus nog wel worden gemaakt. Suk (1934) eindigt zijn be­ schouwing met de woorden, naar mijn gevoel niet vrij van een zekere teleurstelling: „The general conclusion of the whole study of bloodgroups from the point of view of anthropology is that the new facts of blood-grouping, so far as they can be called fully established facts, cannot yet be completely correlated with other traits to represent a criterion in racial classification”. W ij gaan nu over tot de onderzoekingen verricht over bloedgroe­ pen bij apen. Prof. Dr Hans Weinert, van het Kaiser Wilhelm Institut für Anthropologie. menschliche Erblehre und Eugenik in Berlin-Dahlem geeft herhaaldelijk overzichten van den stand van zaken in het reeds meermalen genoemde Zeitschrift für Rassenphysiologie. Uit zijn mededeeling van 1935 blijkt, dat er toen van de anthropoiden onderzocht waren 65 chimpansé’s, 4 gorilla’s, 11 orang oetans en 14 gibbons. Het grootste deel van deze dieren is behandeld door anderen dan Weinert. Voor de litteratuur zie men ook Dahr (1936), pag. 163. De dieren zijn natuurlijk moeilijk te verkrijgen en niet altijd hebben de directeuren van dierentuinen hun toestemming verleend voor het vereischte onderzoek. Op zich zelf een respectabel aantal, is het toch veel te klein, zooals Weinert zelf toegeeft, om er vaststaande conclusies uit te trekken en %-gewijze verdeelingen uit op te maken. Nu is het inderdaad een feit, dat het anthropoidenbloed met de menschelijke testsera kan agglutineeren. Men krijgt den indruk, dat W ein er t’s eigen proeven met zorg zijn gedaan, want hij volstaat niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 27

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's