1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 31
27
specifiek menschelijke agglutininen a en /? te reageeren. Eigenlijk behoort hij dus in de groep O. De eigenschappen A en B, aange toond met het normale, niet gereinigde menschelijk serum, waren dus niet identiek met de menschelijke agglutinogenen A en B; ze waren het gevolg van heterologe reacties. Dahr concludeert dan ook dat bloedgroepenonderzoek bij anthropoiden. dat slechts uitgevoerd wordt met de gebruikelijke menschelijke sera (ook als men daarbij a/3 en o gebruikt) waardeloos is. Tot nu toe is bij zulk onderzoek echter nooit anders gehandeld. Hoe is het nu met eventueele menschelijke bloedgroepen gesteld bij de lagere apen? Het resumé, dat Weinert (1933) geeft, bevat verschillende feiten, die niet gemakkelijk met elkaar in overeenstem ming te brengen zijn. Alle mogelijke combinaties van positieve en negatieve reacties komen voor bij het gebruik van menschelijke sera bij het onderzoek van verschillende bavianen en meerkatten. Het aantal onderzochte dieren is ook hier gering, zeker niet meer dan enkele tientallen. Weinert's eigen onderzoek met 9 proefdieren leverde geen reacties met de sera a, /? en «/?, daarentegen wel met serum o. Dit is dus zeker iets anders dan de menschelijke toestand. Votonoff Alexandresco vonden daarentegen bij hun dieren de groep AB aanwezig, dus wel reacties met de sera a, /3 en aft. Een ander onderzoek van Weinert met 2 andere Catarrhina, n.1. meer katten uit den Berlijnschen dierentuin, leverde weer iets nieuws. Beide vertoonden een zwakke reactie met a serum en zouden dus het agglutinogeen A bezitten. Fischer Klinkhart (1932) vonden weer positieve agglutinaties van apen-erythrocyten door de sera van alle vier de menschelijke bloedgroepen. Mijns inziens zal bij het na gaan van werkingen tusschen het bloed van 2 verschillende species steeds rekening gehouden moeten worden met mogelijke heterologe reacties, waardoor schijnbaar een positief resultaat wordt verkregen. Vernieuwd onderzoek, op de wijze als door Dahr bij anthropoide apen verricht, zal niet achterwege kunnen blijven. Hij vond zelf bij een achttal lagere apen. waaronder ook 2 Platyrrhina dat ..geabsor beerde” sera positief bleven reageeren door heterologe agglutininen. De agglutinogenen van deze dieren konden van menschelijke wor den onderscheiden. Weinert's conclusie (1933): ..Aus allem können wir auch bis heute wieder den Schluss ziehen. dass niedere Affen und Menschen in ihren gruppenspezifischen Agglutinationserscheinungen nichts mit einander zu tun haben, dass aber Menschenaffen und Menschen darin so weit übereinstimmen, dass —• ungeachtet noch möglicher Unterschiede -—- die Einteilung in die gleichen Gruppen O, A. B und AB bei beiden möglich ist”, is dan ook naar mijn meening. noch wat de eerste, noch wat de tweede helft betreft, zonder meer thans nog aanvaardbaar. W at de eerste helft aangaat, zeer zeker past het menschelijke schema der vier groepen niet voor de lagere apen. Dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's