1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 7
3
B het niet daarmee reageerende agglutinine a (anti-A )); verder AB, met de physiologische structuur ABo (beide agglutinogenen aanwezig, maar geen van beide agglutininen) en ten slotte de groep O (nul), met de physiologische structuur Oaj3 (dus geen agglutino genen in de erythrocyten, maar beide agglutininen in het serum). Wanneer agglutinaties zullen optreden en wanneer niet kan het best zichtbaar gemaakt worden met het volgende schema :
O c
>• o u sz J-l LU
Serum a P — —
aft —
—
+
+
+
+
+
O
—
A
—
B
—
+ —
AB
—
+
Hieruit volgt, dat het een eenvoudige zaak is om, wanneer men beschikt over betrouwbare, zuivere en sterk werkende testsera a en j3 (in den handel verkrijgbaar of te voren bereid), van een willekeurig proefpersoon de bloedgroep te bepalen. Immers, valt de reactie met twee druppels bloed van den betrokkene te doen, beide malen + uit, dan behoort hij tot de groep AB; is het beide malen —, dan is hij O; is het met een van beide + , dan is of de groep A of de groep B in het spel. Om een denkbeeld te geven van de verdeeling der agglu tinogenen over de Nederlandsche bevolking, zij hier vermeld een onderzoek van 1591 personen uit de Hoeksche W aard: tot O be hoorden ± 45.5 %, tot A ± 44 %, tot B ± 8 % en tot AB + 2.5 %. Ten aanzien van het agglutinogeen A is nog een bijzonderheid aan het licht gekomen. Het meerendeel van de bloedmonsters van groep A behoort tot het type, dat A j genoemd kan worden. Ver mengt men zulk een monster met het serum a, dan wordt het agglu tinine geheel geabsorbeerd, want na verwijdering van de erythro cyten uit de vloeistof heeft het serum het vermogen verloren om in een volgend monster de bloedlichaampjes A te agglutineeren. Niet alle A-monsters doen dit evenwel zoo: naast de zooeven genoemde bestaat ook een ander type, A2 genaamd, die uit het agglutinine <* slechts een deel, voor hun eigen type, absorbeeren, want hetzelfde serum is na deze behandeling nog weer in staat bloed van het type Aj te agglutineeren. A2 komt minder voor dan Ax. Daar A2 minder sterk bindt dan A -) zou het met sera van onvoldoende capaciteit over het hoofd gezien kunnen worden, want niet in alle sera is het agglu tinine even sterk aanwezig. Dit bezwaar kan worden ondervangen door steeds gebruik te maken van a-sera van hoogen titer. De nood zaak hiervan klemt des te meer, wanneer men bedenkt, dat dus ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's