Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 56

3 minuten leestijd

52

heid met God geweest 53); zij zijn exemplariter in de zielen die naar God’s beeld geschapen zijn, daarin stemmen de heidensche philosofen en de doctoren der Kerk overeen 54), zegt Kepler. God drukt zijn eeuwige Idee en Wezen af in de schepping; de mensch, die God’s beeld is, kan dus een adequate kennis verkrijgen. Dit is natuurlijk een geloofsstandpunt, dat gemakkelijk in zijn tegendeel kan verkeeren. Maar ook al ontbreekt het menschelijk kennen, toch zou de natuur mathematisch van wezen zijn (,,wat niet in de schoot der natuur is, kan er ook niet uitgehaald worden”) 5ii). Dit blijkt ook uit Kepler’s astrologische werken, waarin de invloed van de hemel verklaard wordt, doordat de aarde onder bepaalde hoeken t.o.v. de planeten staat. Zonder dat hij discursief denken kan reageert hij toch, door een ingeschapen vermogen om quantiteiten zij het ook onbewust — op te merken, op harmonische posities. Deze vermogens, zegt hij elders, zijn de beelden Gods (imagines Dei), die als God de geome­ trische schoonheden opmerken 56). De aarde heeft een soort dierlijk leven, dus kan hij gevoelig zijn voor wiskundige harmonie 57). Zoo ook zal een boer, zonder iets van wiskundige harmonieën af te weten, toch bepaalde muzikale harmonieën kunnen waardeeren, omdat hem dit ingeschapen is, zoodat zijn ziel onbewust de schoone wiskundige verhoudingen apprecieert 5S). Het d o el van alle wetenschap is nu ook op God gericht 59). De wetenschap is er, opdat de natuur van den geest des Scheppers zou gekend worden; zij is een uiterlijk middel waardoor het geloof in de schepping bevestigd wordt 60). Door meetkundig onderzoek m oeten we God vinden. De materie is een bewijs voor de scheppingsdaad, die vele wijsgeeren ontkennen; daarom hebben juist de Christenen, die de ware godsdienst belijden, het eerst de plicht het boek der natuur te doorzoeken 61). Plato en Kepler,

Kepler’s denkbeeld, dat de Schepper slechts het volmaaktste en schoonste gewild kan hebben, vinden we ook in Plato’s Timaios 62). De opvatting, dat ware kennis de wiskundige kennis is, is eveneens van Grieksche oorsprong. Ook voor Plato is het meetkundige aan het stoffelijke het „kenbare”. Kennen is hier meetkundig kennen B3). Plato meent, dat de graad van zekerheid, die wij over een onder­ werp kunnen krijgen, afhangt van de graad waarin het deel heeft aan het ware Zijn; de stoffelijke wereld is echter een wereld waarin het Worden een rol speelt en daarom kan ware kennis (epistèmè) over haar niet bereikt worden, slechts een zeer waarschijnlijke meening (doxa) 64). De graad van zekerheid richt zich dus niet naar het subject. Plato is realist 65), geen subjectivist. Bij Kepler is dit in nog veel sterkere mate het geval. Hij meent over de stoffelijke wereld wel degelijk tot absolute zekerheden te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 56

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's