1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 51
47 D c astronomisch-physische hypothese.
De zon in het centrum van de aardbaan of de aarde in het centrum van de zonnebaan is ook hetzelfde ervaringsfeit, maar beide be schouwingen voldoen aan de eisch van eenvoud, zoodat uit „astro nomisch” oogpunt de stelsels van Copernicus en Tycho gelijkwaar dig zijn. Maar daar heeft Kepler geen vrede mee; hij wil iets abso luuts en als de astronomie niet op eigen kracht tot de volle werke lijkheid kan komen, dan is het geoorloofd hulp van buiten te halen. Ursus wil, dat astronomen slechts hemelbewegingen voorspellen en berekenen. Dit is wel hun eerste plicht, zegt Kepler, maar een astronoom is ook een philosoof, die de natuur der dingen onderzoekt. Een goed astronoom is hij die tot de waarheid voor het gezichts zintuig komt, een beter astronoom wie ook de verborgen vorm der natuur tracht te vinden. Voor de berekening, zoo gaat hij voort, is Ptolemaeus’ stelsel niet slechter dan dat van Copernicus. Coper nicus en Tycho zochten echter ook de oorzaken waarom (causas cur); de liefde tot de te kennen natuur (amor cognoscendae naturae) dreef hen er toe met astronomische argumenten dit deel der physica te onderzoeken; zij gaan prat op overeenstemming met de natuur der dingen. Copernicus is volgens eigen zeggen, toen hij een onge lijkheid in de epicykelbeweging ontdekte, van Ptolemaeus afgewe ken, niet omdat die beweging niet klopte met de waarneming, maar omdat hij streed met de natuur der dingen 21). De astronoom heeft tot taak de volle werkelijkheid uit te drukken, ook al gebruikt hij geen zuiver astronomische argumenten en daarom zien wij Kepler. het begrip verder toespitsend ook op de „astrono misch-physische hypothese” de naam „astronomische hypothese” toepassen. Tycho koos voor beweging van de zon om de aarde, omdat geen parallaxis der vaste sterren gemeten werd en omdat hij dit meer in overeenstemming met de H. Schrift achtte. Kepler legt zich bij het eerste, toch wel „astronomische” argument niet neer; het kan zijn dat de afstand der vaste sterren zoo groot is vergeleken met de aardbaan, dat de parallaxis niet meetbaar is. Hij meent, dat er geen strijd met de Schrift is; in zijn Mysterium belooft hij niets te zullen zeggen dat de Schrift aanrandt en toont hij zich tot intrekken bereid, indien men hem daarvan overtuigen kan 28). Hij openbaart zich daar als Copernicaan; hier schrijft hij echter een apologie voor Tycho. dus kan hij moeilijk tegen Tycho stelling nemen. Dit verklaart mede zijn geringe geestdrift voor dit werkje; hij moet Ursus (en Osiander j bestrijden zonder hetgeen hemzelf het belangrijkst en het liefst in zijn argumentatie is te berde te kunnen brengen. Zijn diepste motie ven vinden we daarom in zijn apologie voor Copernicus, in hei Mysterium cosmographicum. Daar constateert hij. dat Copernicus en Tycho het er over eens zijn, dat de planeten om de zon draaien en dat het niet beslist nood
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's