1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 138
134
zwaarder zijn, welk grooter gewicht door kortere, meer robuste femora (bovenbeenderen) wordt getorst. Schedelcapaciteit eenerzijds en lengte van den lichaamsstam, gewicht van romp en hoofd en draagvermogen der femora anderzijds, varieëren tegelijkertijd in éénzelfde richting. Aangezien het draagvermogen der femora (D) evenredig is aan den te dragen last, i.c. het gewicht van romp en hoofd, en dit gewicht evenredig is aan de derde macht der stamlengte, zal de schedelcapaciteit, welke immers bij de onderscheidene rassen evenredig is met de 5/3 macht der stamlengte. ook evenredig zijn met de 5/9 macht van het draagvermogen der femora (D). Een nauwe relatie tusschen vorm en functie vooropstellend, mogen we zeggen, dat in het algemeen het draagvermogen der femora evenredig is aan een zekere macht van de doorsnede in het midden der femurschaft (waarvoor we bezigen het quadraat van den gem. diameter d in het midden der schaft) en omgekeerd evenredig aan een zekere macht van de femurlengte (waarvoor we kunnen aanwenden de maximale lengte van het femur l); m et andere woorden: D = a (d2/l) x waar in a een evenredigheids-coefficient; in verband met boven kunnen we nu voor de schedelcapaciteit schrijven SC = f”, (d2/l) x 5/9. De waarden van den exponent: x. 5/9 en den coëfficiënt f” zijn nu te vin den door in deze formule voor SC, d en / de experimenteele waarden in te vullen. Doen we dit, dan vinden we voor f ” = 1084 en voor x —1, zoodat onze experimenteele formule wordt SC = 1084 (d2/l) 5/9; hierin zijn SC in cc en d en l in mm uitgedrukt. In graphiek XIV zijn ter illustratie van het hier beschrevene de relatiepunten van een 32-tal representanten zeer onderscheidener rassen bijeengebracht, door tegen elkander uit te zetten de logarithmische waarden van de schedelcapaciteit (SC) en het draagvermogen (d2/l) van het fe mur 1), Deze graphiek leert, dat de aldus geconstrueerde punten ongeveer op één rechte lijn liggen en dat deze lijn een richting heeft van 5/9 (nauwkeurig heeft de, met de methode der kleinste quadraten berekende gem. lijn, een richting van 0,5403. dit is bijna 0,555... of 5/9). Met deze formule moet het dus mogelijk zijn, uitgaande van bepaalde maten van het bovenbeen, de capaciteit van den bij dit been behoorenden schedel te berekenen. Enkele interessante mogelijkhe den dezer berekening mogen hier worden medegedeeld. In 1908 beschreef M a r c e l B o u l e het skelet van een Neandertaler, gevonden te Chapelle-aux-Saints. Volgens B o u l e , V e r n e a u en R i v e t bedroeg de schedel-inhoud 1626 cc, een inhoud die om zijn grootte de verbazing der onderzoekers trof. Boule zegt: „1' énormité relative de ce chiffre est bien faite pour étonner les perB Op deze en de volgende graphiek is aan alle punten eenzelfde „gewicht” toegekend. Eigenlijk is dit niet juist. Veel verschil blijkt het in rekening brengen van het gewicht niet op te leveren, weshalve het hier werd nagelaten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's