1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 174
170
waar te nemen en hen als alle bewijs voor dit belangrijke probleem den loop van maan en planeten te geven, dat moet hen toch wel den indruk geven, dat de bewijzen voor onzen godsdienst erg zwak zijn. De Rede en de Ervaring leeren mij, dat niets geschikter is de min achting voor onze religie in hen te doen ontstaan” (fr. 242). ,,Maar zegt ge dan zelf niet, dat de hemel en de vogelen God bewijzen? En zegt uw religie het dan niet? -—• Neen, want dit geldt slechts voor degenen wien God het licht schenkt!” (fr. 244). „Indien de wereld bestond om den mensch over God te onderwijzen, zou zijn Godheid er aan alle kanten onbetwistbaar uitstralen....... W at wij zien is noch een totale uitsluiting, noch een duidelijke aanwezigheid (fr. 556). God, zooals wij Hem uit de natuur kennen, is een verbor gen God” (fr. 194, fr. 242). Een Godsbewijs uit de natuur of de natuurwetenschap is volgens Pascal dus onzeker. Maar het is ook onnut. „Wanneer een mensch ervan overtuigd zou zijn, dat de verhoudingen der getallen immaterieele, eeuwige waarheden zijn, afhankelijk van de eerste waarheid, waarin zij be staan, die men God noemt: hij zou niet veel verder gekomen zijn voor zijn heil” (fr. 556). Het deïsme met zijn God „simplement auteur des vérités géométriques et de 1'ordre des éléments” acht Pascal bijna even ver van de ware religie als het atheïsme. Daarin heeft Pascal gelijk; men bewondert zijn eigen Rede in wat men nog wel zoo goed is te beschouwen als de schepping van de hoogste Rede. De wiskunde en de natuurwetenschap, als zij goed opgevat worden en waarlijk redelijk trachten te zijn, onttronen echter de Rede: „De laatste stap der Rede is haar erkenning, dat er een oneindig aantal dingen haar te boven gaan” (fr. 267). De natuur wetenschap doet dit door zich bewust te zijn, dat zij principieel niet-af is; de wiskunde door de onherleidbaarheid van haar axioma’s en grondobjecten te erkennen. „Welnu”, zegt Pascal, „als dit zoo is met de natuurlijke dingen, hoeveel te meer dan met de bovennatuurlijke!” (fr. 267). Als de Rede niet vermag volkomen rekenschap te geven van natuur- en wiskunde, zal dan een redelijke „natuurlijke” godsdienst door den beugel kunnen? De ervaring en de rede zélf leerden Pascal, dat natuur- en wiskunde vele pretenties moeten laten vallen tegenover de onbegrijpelijke werkelijkheid; de ervaring en de rede zelf doen hem de voorkeur geven aan de agnostici (niet de dogmatische atheïsten!) boven de aanhangers van een op menschelijke Rede gefundeerden godsdienst. D e w are godsdienst.
1. De w are religie o v e r den mensch. Dezelfde zin voor werkelijkheid, die P ascal’s wis- en natuurkunde kenmerkt, treft ons ook als hij gaat spreken over den godsdienst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's