1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 14
10
meerderheid van deze heeft echter betrekking op ziekten en gebreken en abnormale verschijnselen. Naast de erffactoren voor haar- en oogkleur, haarvorm en lichaamsgrootte maken die van de bloedgroe pen hierop een zeer gelukkige uitzondering en het bestaan van erfe lijke wetmatigheid bij de menschheid is aan geen kenmerk zoo over tuigend bevestigd als juist aan deze serologische substanties. Ook voor de eigenschappen M en N is onmiddellijk een erfelijke overgang vastgesteld en daar deze eenvoudiger is dan die voor de stoffen A en B, wordt ze hier eerst besproken. De eigenschappen M en N berusten op een eenvoudig allelomorph factorenpaar. Komt de erffactor voor M homozygoot voor, dan heb ben we phaenotypisch de bloedgroep M; is de factor voor N homo zygoot aanwezig, dan wordt de groep N veroorzaakt; bij kruising van deze 2 homozygoten resulteert de groep MN, daar de eigen schappen M en N geen dominantie over elkaar kunnen uitoefenen. Het erfschema is volkomen te vergelijken met dat van de bekende intermediaire overerving bij de witte en de roode Mirabilis. Uit een ouderpaar MN X MN kunnen dus kinderen geboren worden, die phaenotypisch M of N of MN zijn. Wanneer de ouders zijn MN en N kunnen de kinderen ook weer zijn MN en N, echter niet M. Kwam dit laatste bij uitzondering al eens voor, dan bleek er steeds sprake te zijn van illegitieme nakomelingschap. W il men een betrouwbaar overzicht hebben van de groepen M en N, dan is het de zuiverste weg om niet te vragen naar het phaenotypische optreden van de stoffen zelf, maar naar de frequentie van de erffactoren, die daaraan ten grondslag liggen. W e gaan daarbij uit van een gelijkmatig dooreen gemengde bevolking in erfelijk op zicht en geven de frequentie van den erffactor (aanwezig zoowel in de spermatozoiden als in de eicellen) voor groep M aan met s, die voor groep N met t. Bij bevruchting zullen deze erffactoren elkaar ontmoeten en in de kinderen zich als volgt met elkaar combineeren : s
t
s
s2
st
t
st
t2
Bij het samenkomen van 2 erffactoren of genen voor M resulteert phaenotypisch de bloedgroep M dus met de frequentie s2; evenzoo is er voor de groep N een frequentie van t2 en voor de groep MN is deze gelijk 2 s t. W at voor deze eene generatie van nakomelingen geldt, gaat natuurlijk ook op voor de volgende en geldt dus ook voor het gemiddelde van een gelijkmatig dooreen gemengde bevolking. W e komen dan tot dit schema :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's