Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 143

3 minuten leestijd

139

Bij de toepassing van onze rassenformules vergete men niet, dat zij slechts gelden voor recente en fossiele menschetr~rassen, doch zonder meer niet van toepassing behoeven te zijn op een individu, gelijk Pithecanthropus erectus, dat. hoewel aan den Mensch vormverwant. toch geacht wordt op een lager ontwikkelingsniveau te staan. Nu zagen we bij de bespreking der onderscheidene diersoor­ ten, dat voor deze een betrekking geldt tusschen hersengewicht en lichaamsgewicht, zoodanig, dat al naar gelang van de plaats, die het onderzochte organisme in de groep van verwante soorten inneemt, zich een tweede factor laat gelden, welke bij verwante soorten varieert volgens de termen eener meetkundige reeks, met reden V 2. Zou Pithecanthropus erectus wèl aan den Mensch verwant zijn. doch in het zoölogische systeem op een lager niveau staan dan deze. dan heeft het zin na te gaan hoe deze factor zich bij Pithecanthropus erectus gedraagt. Voeren we daarom in het tweede lid onzer rassenformule een factor x in en subsitueeren voor de femurmaten en schedelcapaciteit de gevonden waarden. W e krijgen dan een formule van de gedaante: 940 = x. 38508. (463/4452) 5/9 Berekenen we hieruit x, dan geeft deze aan de mate waarin Pithe­ canthropus met den huidigen Mensch in cephalisatie verschilt. W e vinden nu voor x = 0.7068 = 0.999/V2 = \/V 2. Met groote nauwkeurigheid vinden we dus. dat Pithecanthropus erectus in cephalisatie één niveau (één kleine sprong) lager staat dan dan de recente Mensch. Men zal kunnen tegenwerpen, dat weliswaar de rassenformule voor de onderscheidene menschenrassen geldt, doch dat dit nog niet waarborgt, dat zij na invoering van bovenstaanden factor x, voor lagere organismen behoeft te gelden. Immers, deze staan niet alleen in cephalisatie bij den Mensch ten achter, doch hun geheele lichaamsbouw is een geheel andere dan die van den Mensch; in het bijzonder spreekt dit verschil in lichaamsbouw, wanneer we in dit verband in aanmerking nemen, dat de Mensch een tweevoeter is, de lagere organismen daarentegen viervoeters zijn en we omtrent den bipeden gang van Pithecanthropus erectus nog niet geheel in het zekere verkeeren. Van beteekenis is het daarom, ook nog eens na te gaan hoe onze rassenformule zich gedraagt bij een meer toegankelijk lager organisme. W e doelen hier op den Chimpansée, den hoogst ontwikkelden Aap. Volgens M e y e r is de gem. schedelcapaciteit van den Chimpansée 415 c c; volgens M a r t i n 404 cc, zoodat een gem. schedelcapaciteit van 410 c c mag worden aangenomen. De femurmaten van een goed uitgegroeiden volwassen Chimpansée zijn volgens S c h w a 1b e 302 mm maximale lengte en 25 mm gem. dia­ meter in het midden der schaft. Het volume van het femur vermeldt Schwalbe niet. Passen we onze rassenformule toe op Chimpansée. dan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's

1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 143

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's