1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28
24
met alleen de sera a en /3 te gebruiken, maar hij controleert ook nog met de beide andere, nd. a/3 en het serum o, dat dus geen menschelijke agglutininen bevat. De noodzakelijkheid hiervan blijkt duidelijk uit het onderzoek (1932) van een 7-jarigen chimpansé Seppl. Alle onderzochte chimpansé’s behoorden tot de groepen A of O. Seppl echter reageerde niet met het serum a, daarentegen wel met /3, zoodat dus voor de eerste maal de bloedgroep B voor chimpansé’s zou zijn vastgesteld. Voortzetting van het onderzoek met het serum a/3 gaf echter een negatieven uitslag. Conclusie: deze chim pansé valt buiten de gewone menschelijke groepen. W as het serum a/3 niet gebruikt, dan zou men zonder meer geconcludeerd hebben: met a geen agglutinatie, met f3 wel, dus groep B. Dit geval kan wel een uitzondering zijn, of wat nog veel waarschijnlijker is: de bloed groepen van de anthropoiden zijn toch nog niet precies dezelfde als van den mensch. Een later onderzoek, van P. Dahr, zoo dadelijk nog nader te bespreken, levert daarvoor een sterk bewijs. Weinert (1933) zelf wijst er op. dat door het niet altijd gebruiken van alle vier sera wel niet alle in de litteratuur opgegeven bepalin gen geheel betrouwbaar zullen zijn. Misschien zouden er meer afwijkingen als bij Seppl onder voorkomen. Bezien we de verdeeling der groepen volgens het menschelijk schema nader, dan is volgens Weinert, aangevuld met de laatste gegevens door Dahr (1936), de toestand aldus : O Chimpansé G orilla O rang Oetan Gibbons
7 — — -
7
A 58 4 4 2 68
B
AB
7 6
2 2
65 + 2 buiten het schema 4 13 idem 10 -f- 4
13
4
92
__
_
—
—
d~ 6
idem
Van verschillende zijden wordt er met eenigen nadruk op gewe zen dat de groep B blijkbaar bij de Afrikaansche menschapen ontbreekt en men verbindt daaraan dan speculaties over het verloop van de menschelijke afstamming. Het spreekt vanzelf dat het getal van 4 gorilla’s in dit opzicht toch in het geheel niets zegt, evenmin als het ontbreken van de groep O bij den orang oetan en de gibbons, die bewoners van Z.O.-Azië zijn. W ie uit dergelijke getallen ge volgtrekkingen wil maken, bouwt wel op zeer lossen grond. Later heeft Weinert (1935) nog met gibbons uit den Beriijnschen dierentuin proeven gedaan, die tot resultaat hadden, dat de 2 dieren gevoegd moesten worden bij 2 reeds eerder bekende, die niet in het menschelijke vier-groepenschema pasten. Met alle 4 menschelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 190 Pagina's