1942 Extra aflevering Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 25
Robert Boyle: Een studie over natuurwetenschap en Christendom door dr. R. Hooykaas
23 vestigen De meeste van zijn werken vermelden de feiten niet zonder hen onder algemeene beginselen in een theoretisch verband te ordenen Daarbij wordt echter de uiterste voorzichtigheid tegenover de theorie en de grootste eerbied tegenover de feiten betracht Hij weet wel nog slechts pogingen te doen m de richting van bovengenoemde „solid theory" Natuurlijk is Boyle niet zoo naïef de waarnemingen voor het volstrekt objectieve te houden, hij weet wel dat ze aan fouten onderhevig zijn, afhankelijk van den waarnemer en ook van de gebrekkige instrumenten Bij de beschrijving van zijn proefnemingen (bv over het luchtledig) ontbreekt de foutendiscussie niet (Two Essays about the Unsuccessfulness of Experiments" in Ph Ess ; I, 204) Hij merkt op, dat zijn eigen experimenten soms zeer uiteenloopende resultaten opleveren en daarom wil hij geen theorieën bouwen of praktische ervarmgsregels opstellen, die slechts op één experiment berusten (Ph Ess , I, 224) § 2.
De Chemie.
Boyle's belangstelling m natuurwetenschap was veelzijdig Bizonder interesseerde hem de anatomie, vooral omdat hij er de belangrijkste argumenten aan ontleende voor zijn teleologische beschouwingen m de natuurlijke theologie Met Sydenham, Ghsson, Willis, Highmore en Lower, belangrijke medici uit die dagen, stond hij in nauw contact; ook Harvey kende hij Maar zijn meest geliefkoosde studie was de chemie (Life, V, 83); hij beschouwde haar als den ,,sleutel der experimenteele philosophie" (Life; V, 33) In de ,,Sceptical Chymist" bewijst Boyle met een keur van proeven, dat het vuur niet het juiste middel is om de stoffen in hun bestanddeelen te ontleden, daar in sommige gevallen de verhitting wel de stoffen oplevert waaruit de verbinding opgebouwd is, in andere gevallen de verhitting de geheele textuur der verbinding wijzigt, zoodat bi) ontleding andere combinaties van corpuskels tot secundaire deeltjes te voorschijn komen Hij toont aan, dat in elk geval de vier elementen van Aristoteles of de drie prmcipia der scheikundigen met als ware elementen beschouwd mogen worden Dat Boyle echter de moderne elementendefinitie opgesteld zou hebben is een onuitroeibaar misverstand ^) Hij kent slechts absolute elementen; eerst de positivist Lavoisier heeft het analytische elementbegrip ingevoerd (Zie p 56) Boyle's verdienste voor de scheikunde mag niet onderschat wor^) Zelfs bi) een scherpzinnig historicus als Duhem (Le mixte et la combinaison chimique Paris 1902, p 16^17) De onjuistheid dier opvatting is aangetoond door Van Deventer Grepen enz p 202 Zie ook R Hooykaas Het begrip Element in zijn historisch wijsgeerige ontwikkeling Diss Utrecht 1933 p 202—204
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's