1942 Extra aflevering Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 94
Robert Boyle: Een studie over natuurwetenschap en Christendom door dr. R. Hooykaas
zekerheid doorgaat dat niet eens recht op dien naam heeft: „ D e moderne natuurkundigen verbeelden zich meer klaarheid en zeker-. heid in hun physische theorieën dan een kritische onderzoeker er in vinden zal" i ) , In dit verband noemt Boyle dan de onzekerheid over het materiebegrip, het continuum en de wijze w a a r o p de waarneming tot stand komt. Hij merkt op, dat men in de physica meestal meent iets te gelooven op ,,physische en d w i n g e n d e " argumenten, terwijl die bewijzen in werkelijkheid slechts ,,moreele zekerheid" hebben. Aangezien hij ook van historische bewijzen (b.v. voor de waarheid der religie) zegt, dat zij moreele zekerheid hebben, komt het dus praktisch hierop neer, dat de physica grootendeels „historisch" is, een standpunt, d a t volgt uit zijn beschouwingen over d e ,,natuurlijke historie", die de basis van de natuurphilosophie moet vormen. D e juistheid van een natuurwetenschappelijke waarneming en van een historisch feit a a n v a a r d e n wij beiden in den regel op het getuigenis van anderen en daarom is voor Boyle hun zekerheid ook van gelijken aard: ,,Vele phys-ische bewijzen hebben in werkelijkheid slechts moreele zekerheid; b.v. Cartesius' bewijs, d a t er kometen zijn, die geen meteoren zijn, omdat hun parallaxis kleiner is dan die van de maan, omdat zij die bepaalde baan hebben, enz., berust niet op eigen waarnemingen; de praemissen hebben slechts historische zekerheid, hoe streng het physisch-mathematisch bewijs ook is, dat er op gefundeerd is; dus is er eigenlijk slechts moreele zekerheid ^ ) . Bovendien zijn volgens Boyle de physische experimenten zóó lastig uit te voeren en zoo moeilijk exact te reproduceeren, dat de op hen gebouwde theorieën moeilijk meer dan ,,moreele" zekerheid kunnen hebben; hun n a u w keurigheid is niet voldoende om de theorie onbetwijfelbaar te maken 3). W e wezen er ontdekking der p, . thcoloaje moreele zekerheid,
reeds op, hoe Boyle aantoont, dat in de physica de feiten aan de deductie door de Rede voorafgaat (buskruit, satellieten van Jupiter) •*). D a a r o m kan ^'J ^^^ '-'^ geen bezwaar achten, dat in de theologie eveneens niet alles door de Rede, door het „licht der natuur", zelfstandig gevonden wordt, maar dat een deel op historische openbaring berust. Dit zou d a n in zijn opr vatting te vergelijken zijn met de ,,toevallige" ontdekkingen. Echter kunnen die ontdekkingen en die historische, bizondere openbaring in Boyle's gedachtengang achteraf wèl rationeel begrijpelijk zijn! Z o o a l s de natuurwetenschap voor Boyle dus op een ,,natuurlijke historie" rust, zoo berust de religie voor hem op de ,,heilshistorie". 1) Exc; III, 433. 2) Exc; III, 432. •') ibid. *) Exc; in, 437.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's