1942 Extra aflevering Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 105
Robert Boyle: Een studie over natuurwetenschap en Christendom door dr. R. Hooykaas
99 welker natuur wij met duidelijk en a d e q u a a t kunnen begrijpen H e t belangrijkste is wel het Godsbegrip W i j zijn welGodsbegnp. j^^j^^ geboren mèt, hebben m elk geval aanleiding tot het vormen van, de idee van een oneindig volmaakt W e z e n M a a r bij nader overdenken kunnen wij geen precisie geven aan den inhoud van het begrip almachtig, alwetend, eeuwig, kortom aan alles w a t in ,,den afgrond van v o l m a a k t h e d e n " — G O D — is Z o n der subtiele redeneering ziet de geest direct in, dat hij niet m staat is God te omvatten i ) H e t is aanmatiging te meenen, dat wij een adequaat begrip van G o d kunnen vormen Door beschouwing van Zijn werken en van onszelf kunnen wij weten dat Hij is, in hooge mate wat Hij niet is, maar door en door begrijpen wat Hij is, gaat ons intellect te boven D a a r o m is het Godsbegrip ,,supra-intellectual" 2). Als WIJ dus al eens bedenkelijk het hoofd geschud hebben, w a n neer Boyle zich te buiten ging aan lyrische verheerlijking van de rationeele Godskennis, dan worden wij gerust gesteld als wij hem ten strijde zien trekken tegen die menschen ,,die, zonder te letten op w a t zijzelf zijn en wie G o d is, over God spreken alsof zij het hebben over een meetkundige figuur of een machine" 3) D e wijsbegeerte kent G o d volgens hem zeer onvolmaakt, zij kent H e m slechts uit Zijn werken, die werken zijn slechts ten deele ontdekt en w a t ontdekt is, wordt slechts ten deele gekend *) E r blijft dus wemig over van het vertrouwen, w a a r m e d e zij beweren God ten volle te kennen door het licht van hun natuurlijke Rede 5) M a a r dit wil niet zeggen, dat voor Boyle in het licht der bizondere Openbaring nu alles duidelijk geworden is- G o d ' s wijsheid en macht m onze verlossing blijven onbegrijpelijk op de meeste punten •') T r o u w e n s , G o d ' s wijsheid en macht in de schepping en de voorzienigheid, die het menschelijk intellect door G o d ' s werken ontdekt blijven toch altijd maar G o d ' s attributen in menschelijk licht gezien ^) Het is voor Boyle een teeken van onwetendheid en aanmatiging wanneer stervelingen over G o d ' s natuur en G o d ' s kennis spreken als over dingen, die zij kunnen doorzien en meten W i j moeten, als WIJ over God en Zijn attributen spreken ,,in great a w e " staan ^) dus niet oneerbiedig over Zijn W e z e n spreken zonder beschouwing
1) 2) 3)( ^) 5) 6) ^) ^) Ven.;
Disc IV 52 Disc , IV, 40 Ven , IV, 339 V e n , IV, 3 5 0 - 3 5 3 Ven IV, 353 Ven , IV, 349 Ven IV, 349 Over Descartes' aprioribewiizen mt God's Wezen, zie IV, 345—346 '— IV, 357
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's