1942 Extra aflevering Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 95
Robert Boyle: Een studie over natuurwetenschap en Christendom door dr. R. Hooykaas
89 Beiden steunen op een getuigenis van hetgeen gezien of gehoord is T e n eerste vindt dus het historisch" karakter van de religie zijn parallel m de natuurwetenschap, ten tweede is er een parallel tusschen het karakter van hun meest fundamenteele beginselen D e physica begrijpt b v de , materie" juist het minst, hoewel zij zeer zeker van h a a r bestaan is Z o o is voor Boyle G o d ' s bestaan volkomen zeker maar even zeker is hij van G o d ' s onbegrijpelijkheid ^ HIJ ontkent dus het recht van de natuurwetenschap om de religie de onbegrijpelijkheid van haar hoogste Object te verwijten T e n derde wil Boyle m de natuurwetenschap niet ingaan op de vraag waarom deze wereld en geen a n d e r e ' Z o o wil hij ook m de theologie niet ingaan op de vraag waarom volgt God dezen heilsweg en geen anderen? In beide gevallen is het hem voldoende dat God het blijkbaar zoo gewild heeft als het is God houdt zich met aan deze orde, omdat zij goed is maar zij is goed omdat God er zich aan gehouden heeft' -) Deze punten van overeenkomst zijn het die Boyle tot de uitspraak brengen, dat ,,de onvolmaaktheid der physische studie ons tot bescheidenheid maant ten opzichte van de theologie •') Hl) heeft dus aangetoond dat de physica slechts moral certainty" heeft en met door en door rationeel is , M e n mag dan " zegt hij , ook m de theologie slechts moral certainty" eischen, deze zal genoeg zijn voor een wijs man en na hetgeen over de physische dingen gezegd is, ook voor den philosooph" 4) „ . „ In physica en religie beroept Boyle zich dus, maar pistis" ' ^'-^' baconiaansch, op het empirische en toevallige karakter van een groot deel der menschelijke kennis HIJ zegt O n z e kennis is met erg diep en reikt met m.et zekerheid tot den bodem der dingen, zij dringt niet door tot hun meest innerlijke wezen Zij weet ook niet waarom de dingen zóó zijn en met anders, w a a r ó m de sterren in sommige deelen van het heelal opgehoopt zijn en met in regelmatige figuren geplaatst maar a h w door het toeval verspreid zijn 5) Boyle erkent dus dat wij geen w a r e , episteme" bereiken, dat wij maar van het gegevene hebben uit te gaan en daaruit regels en wetten hebben op te sporen zonder hun waarom te kennen dat wij met een pistis", een kennis op
M Zie Seraph Love I 167 en Exp N Ph I 458 ^) Zoo m»enen wij Boyle s opvatting te mogen vertolken Het is een punt waarover zijn tijdgenooten het met eens zijn de Cambridge platomsten zeiden dat goed en kwaad recht en onrecht dit zijn physei en met thesei , dat er dus geen Goddelijke willekeur is (Lechler op cit p 133) •>) E x c , III 435 ••) Exc III 436 ^) Exc , III, 438
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's