1942 Extra aflevering Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 106
Robert Boyle: Een studie over natuurwetenschap en Christendom door dr. R. Hooykaas
100 van den oneindigen afstand tusschen God en ons ' ) , niet zonder een diep en reëel besef van de onmetelijke inferioriteit van onze hoogste ideeën ten opzichte van de onbegrensde volmaaktheid van den Schepper - ) . Al mogen w e niet de aanmatiging hebben God geheel te kunnen kennen, toch kunnen en moeten wij toenemen in de kennis Gods. W i j moeten niet nieuwsgierig in G o d ' s geheimen R a a d en Zijn W e z e n willen dringen, maar wel nederig verlangen onzen eerbied en devotie te verhoogen 3). E n dan denkt Boyle aan Mozes: zijn verzoek om God te zien werd niet geheel, maar gedeeltelijk toegestaan 4 ) . ...,•. beqrippen.
Boyle vindt, dat wij met veel dingen zoo vertrouwd zijn, ,,dat wij denken die te kennen, terwijl zij toch voor de Rede niet duidelijk en doorzichtig zijn, b.v. ruimte, tijd, beweging". ,,Strijdig met de R e d e " is bij ons ,,niet deduceerbaar of in strijd met eenigebegrippen, ideeën, axioma's, stellingen, die wij als maatstaf en regel aannemen. M a a r ónze regels zijn slechts aan eindige dingen ontleend en dus daarop alleen van toepassing. Zij zijn daarom bedriegelijk en nutteloos als wij er buiten g a a n en hen willen toepassen op den oneindigen G o d of in het algemeen op dingen, die oneindig zijn in getal, grootheid of geringheid. O n z e instrumenten, zintuig en begrip, zijn niet evenredig aan zulke objecten. O n s begripsvermogen is dus niet zoo onbeperkt als vele philosophen denken. W a t de eigenliefde ook zeggen moge: wij zijn beperkte wezens; wij zijn zooals God b e h a a g d e en hebben de middelen, die G o d toestond ''). G o d bestemde voor den geest van den mensch slechts een bepaald bevattingsvermogen. Er is dus zooveel kennis mogelijk als God voor den tegenwoordigen staat van onzen geest toestond •'). Of nu de beperktheid van ons kenvermogen alléén te danken is aan de onvolmaaktheid van onze aardsche natuur óf dat bovendien de V a l hier nog invloed op heeft, daarover wil Boyle niet beslissen, hoewel het schijnt, dat hij het laatste niet onmogelijk acht. N u hoort Boyle zich al tegenwerpen: ,,Hoe kan de Rede dingen bereiken, w a a r v a n zij zelf zegt, dat zij boven de Rede zijn; is dat niet zooiets als het zien van onzichtbare dingen?"
1) 2\ 3)
4] 5\ 6\
Ven.; IV, 357. Ven.; IV, 356. Ven.; IV, 354. Exod. 33 ; 18, 34 : 5, 6; Ven.; IV, 354 IV, 42. Volgens Boyle zullen wij echter ook zelfs in den hemel God zeer onvol-
maakt kennen (Occasional Reflections; II, 190).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's