1942 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 137
137 van colloidale deeltjes M e n nam d a a i o m aan, dat deze deeltjes sterk hydiophiel zijn en tengevolge van hun watermantel niet onder het ultramicroscoop zichtbaar te maken zijn D e optische leegheid is met het bovenbeschreven model zeei eenvoudig te verklaren Zij is n 1 toe te schrijven aan de omstandigheid dat het protoplasma is opgebouwd uit anisodiametrische bouwelementen w a a r v a n de dikte amicroscopische afmetingen heeft Dit is voldoende om zich aan de ultramicroscopische zichtbaarheid te onttrekken zelfs w a n n e e r zulke draadvormige bouwelementen met elkaar tot losse netwerken van submicroscopische of zelfs microscopische afmetingen vergroeid zijn In deze theorie komt wel zeer duidelijk tot uiting het verband tusschen de morphologische eigenschappen van het protoplasma en den a a r d en de rangschikking van de moleculen, waaruit het plasma is opgebouwd O v e r den aard van dit verband en de bij den opbouw van het plasma werkzame krachten schrijft F r e y - W y s s h n g aan het emde van zijn boek o a het volgende D e vormgevende krachten zijn m het protoplasma en zijn derivaten dezelfde als m de levenlooze organische wereld N a a s t de atomaire valentie- en de moleculaire cohaesiekrachten laten zich geen nieuwe vormgevende principien vaststellen Dit inzicht is niet verrassend als men bedenkt, dat m het moleculaire gebied stoffelijke en vormgevende eigenschappen als het ware m elkaar overgaan Chemie en morphologie worden in dit gebied tot een onverbrekelijke eenheid want elke verandering m vorm aan een molecuul brengt noodzakelijkerwijs stoffelijke veranderingen met zich mee Z o o loopen aan alle stofwisselingsprocessen steeds moleculaire vormveranderingen parallel Stof en vorm zijn daarom met slechts m de levenlooze wereld w a a r men elke verbinding door h a a r moleculaire- of kristalstructuur ondubbelzinnig karaktenseeren kan maar ook m de levende stof wetmatig met elkaar verbonden O p grond hiervan is het logisch, de biomorphologie niet te beschouVien als een vormleer van een bijzondere soort maar h a a r uit de moleculaire morphologic te laten ontwikkelen tot cel- en organismenmorphologie Staan nu de feiten voldoende vast om op grond van het onderzoek n a a r het virus en n a a r de fijnere structuur van de cel tot de conclusie te moeten komen, dat er een geleidelijke overgang en geen v.ezenlijk verschil is tusschen de tot nu toe als levenloos beschouwde moleculen en als levend beschouwde organismen'' W a t het virus betreft is de w a r e a a r d hiervan nog niet met zekerheid bekend D a a r t o e is o a noodig dat men een klare voorstelling heeft van de wijze w a a r o p het virus m de levende cellen van den gastheer vermeeidert Met is mogelijk dat deze vermeerdering op principieel dezelfde wijze plaats heeft als de v e r m e e r d e r i n g ' v a n micro-oiganismen m hun gastheer N a infectie nemen deze organismen stoffen uit hun gastheer op Door hun eigen activiteit assimileeren zij deze stoffen en dank zij deze assimilatie kunnen zij hun
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 144 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 144 Pagina's