1942 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 132
132 De afmetingen van een systeem hebben weinig te maken met de onderscheiding ,.levend" en ,,levenloos" Vóór wij kunnen zeggen, dat er m een virus met een volume van misschien twee millioen kubieke angstrom geen ruimte genoeg is voor al de gecompliceerde levensprocessen, moeten wi) eerst zeker weten hoe talrijk en hoe ingewikkeld deze processen noodzakelijkerwijze moeten zijn In den tegenwoordigen toestand van onkunde zijn geringe afmetingen op zichzelf geen voldoende leden om een systeem ,,levenloos' te noemen Ook groei en vermenigvuldiging kunnen niet als cuteria voor de onderscheiding ,.levend" en ..levenloos" worden gebruikt Veel met-levende systemen kunnen groeien, zooals b v kristallen of de vertakte vormingen, die er ontstaan als een kristal kopersulfaat gebracht wordt m kahumferrocyanide oplossing Het argument, dat knstallisatie geen juiste analogie is omdat de moleculen van het uitknstalhseerende materiaal m de oplossing pre-existeeren kan worden weerlegd door de opmerking, dat b v het kopeiferrocyanide slechts bestaat in het systeem waarin het wordt afgezet en niet m de omgevende oplossing Omgekeerd zou de gemaakte tegenwerping slechts dan steekhoudend zijn, mdien een organisme zijn chemische samenstelling constant kon houden, ondanks variaties in zijn voedsel Het is onjuist te denken, dat een dier een gedeelte van zijn omgeving tot een bestanddeel van zichzelf maakt, in dezen zm dat het oiganisme na deze omzetting chemisch identiek gebleven is De bewering dat een koe gras omvormt tot ,,koe" is tot op zekere hoogte waar, maar chemisch gesproken heeft het woord , koe" een iets andere beteekenis wanneer het dier met gras dan wanneer het met veekoeken wordt gevoerd Een organisme heeft derhalve slechts een beperkt vermogen om een onveranderlijken chemischen vorm op te leggen aan de materialen, ten koste waarvan het groeit De groei van een organisme gelijkt dus in zooverre op den groei van een kristal dat hij mede bepaald wordt door den aard van het voorhanden materiaal Voortplanting is evenmin een eigenschap, die uitsluitend gevonden wordt bij levende organismen Zoo zijn er minstens twee enzymen bekend, n 1 trypsme en pepsine, die zichzelf kunnen vermeerderen in aanwezigheid van trypsmogeenenpepsinogeen Men kan hiertegen inbrengen, dat de enzymen slechts kunnen ,,leven" ten koste van stoffen die zelf weer het product zijn van levende cellen Deze tegenwerping geldt dan echter evenzeer voor alle levende systemen, uitgezonderd de autotrophe bacteriën en sommige planten want de meeste bacteriën en alle vertebraten zijn afhankelijk van voedsel, dat door andere organismen is gemaakt Bekijken wij groei en voortplanting van de zijde der organismen, dan zien wij, dat met m alle als levend beschouwde systemen noodzakelijkerwijze groei en voortplanting voorkomt Veel celtypes, b v hersencellen, vermenigvuldigen zich met Het feit. dat virus alleen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 144 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 144 Pagina's