1942 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 95
81 „heelal" D e wiskundigen k e n n e n vele soorten van ruimtes W i j kunnen onb van die ruimtes geen voorstelling maken, omdat het daarvoor noodig zou zijn, dat wij er ons buiten konden plaatsen O m ons begripsvermogen tegemoet te komen kunnen we een tweedimensionaal analogon gebruiken W e kunnen een bepaalde ruimte vergelijken met een blad papiei en een andere met de schaal van een ei D e figuren, die wij teekenen op een blad papier hebben andere eigenschappen dan die op een eierschaal M e n moet er echter wel op letten, dat de inhoud van de ruimte correspondeert met de oppervlakte van een plat of gebogen vlak, zooals een blad papier of een eierschaal Mathematische behandeling leidde tot het inzicht, dat ons heelal eindig is — dus van de soort van het ei, en met van die van het papier W a n t de oppervlakte van een ei is eindig en die van een plat vlak onbegrensd D e relativiteitstheorie liet echter twee veiklaringen toe Dit leidde tot de constructie van het , statische" heelal door Einstein zelf en tot die van het , leege" heelal door De Sitter H e t eerste deed voldoende recht wedervaren aan het eerste bovengenoemde waarnemmgbfeit, maar niet aan het (weede En bij de wereld van D e Sitter w a s het juist andersom Beide theorien leverden dus geen afdoende verklaring In 1927 wees echter de Belgische astronoom Lemaïtre den uitweg uit deze impasse door zijn conceptie van het uitdijende heelal Hij poneerde dat ons heelal wel emdig is, maar dat zijn kromtestraal met het verloop van den tijd toeneemt H e t tweedimensionaal analogon was nu niet langer een eierschaal, maar een zeepbel D e ruimtelijke eigenschappen van ons heelal stemmen overeen met de eigenschappen der oppervlakte van een zeepbel W a n n e e r een zeepbel wordt opgeblazen geldt vooi ledei stofje op zijn oppervlak dat alle andere stofjes zich daarvan verwijderen Z o o geldt bij onze ruimte voor ieder sterrenstelsel dat alle andere sterrenstelsels zich door het verloop van den tijd daarvan verwijderen H e t antwoord op de vragen van D r Brummelkamp luidt E r bestaat in ons heelal m de physische ruimte waarin wij leven, een maximum-afstand die niet overschreden kan worden D e grootte van deze maximum-afstand neemt met het verloop van den tijd toe O n s heelal zet dus uit H e t is emdig, maar niet begrensd Buiten dit heelal is er voor wezens zooals wij zijn, niets V o o r tweedimensionale wezens op een eierschaal is er ook niets buiten de oppervlakte van het ei D e fout in de redeneering van D r Bult is, dat hij zich van ons heelal een voorstelling tracht te maken Dit is niet mogelijk De oppervlakte-eigenschappen van een zeepbel correspondeeren met de ruimte-eigenschappen van ons onvoorstelbaar heelal O p dezelfde wijze als de stofjes op de uitzettende zeepbel alle verder van elkaar komen, verwijderen ook alle sterrenstelsels zich van elkaar bij het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 144 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 144 Pagina's