1942 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 71
57 druk van zijn boek schreef hij een bijlage, onder den titel Scholium generale, waarin hij eenige beschouwingen ontwikkelde over het bestaan en de werkzaamheid van God den Schepper Hij betoogde, dat de stabiliteit van het zonnestelsel en de orde, die het beheerschte, er op wezen, dat een God, een intelligent Opperwezen, het had tot stand gebracht D a a r n a is er in de eerste helft van de achttiende eeuw, m den tijd van de theologia naturalis een w a r e stortvloed van boeken verschenen, waarin met behulp van de resultaten der n a t u u r wetenschap het bestaan van God, Zijn wijsheid en Zijn deugden gedemonstreerd w e r d e n Deze litteratuur culmineerde in het boek A r s magna Sciendi van Athanasius Kircher, waarin niet minder dan 6561 bewijzen voor het bestaan van God gegeven werden M a a r wanneer men deze bewijsvoeringen w a t nader bekijkt, dan blijkt, dat deze theologie verstijfd is tot een star rationalisme Deze schrijvers zijn deisten, geen theisten Indien we de geschiedenis van 1687 tot 1925 overzien, dan blijkt, dat in 250 jaren geen bevredigende synthese tusschen de tweede cosmologie en de Christelijke wereldbeschouwing werd bereikt Dit zal wel giootendeels toegeschreven moeten worden aan het uitgesproken determinisme, dat deze wereldtheorie van N e w t o n predikte Een der grondpijlers van de tweede cosmologie is het traagheidsprincipe D e fundamenteele eigenschap der traagheid is, dat een lichaam, aan zichzelf overgelaten, volhardt m de beweging, die het heeft, zoowel w a t richting als wat snelheid betreft M a a r dit heeft geen zm, als men niet aanneemt, dat er een absolute ruimte en een absolute tijd is O o k w a n n e e r de menschheid en de aarde ophielden te bestaan, dan zou er toch nog een ruimte en een tijd moeten zijn M e n onderstelde dat de astronomische tijd, dus een klok, die afhing van de rotatie der aarde om h a a r as dezen tijd mat In het raam van de tweede cosmologie beteekent ,,verklaren" nu, iets ,,als mechanisme beschouw^en", d i moidenen m ruimte en tijd D a a r d o o r w a s men wel ver verwijderd van Aristoteles, die alle gebeuren ordende m een gradatie van doelverwerkelijkmg In de tweede cosmologie treedt de in tijd voorafgaande toestand op als grond voor den volgenden toestand D e allereerste begintoestand is dus de laatste oorzaak V o o r een God als causa efficiens IS hier geen plaats te vinden De wording van de macroscopische physische wereld is m den tijd geheel gedetermineerd, zij ligt leeds volkomen m den tijd besloten Doordat de tijd verloopt, verwerkelijkt de physische wereld zich voor ons als een wordingsproces W a n n e e r ge Aristoteles vraagt hoe de aarde er morgen uit zal zien dan zal hij antwoorden, dat dit afhangt van het doel, dat de Goddelijke geest bezig is te verwezenlijken M a a r N e w t o n zou verklaren dat de toestand van morgen volkomen bepaald is door dien van v a n d a a g Volgens Aristoteles liggen in het ,,potentieele zijn"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 144 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 144 Pagina's