1944-1945 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 32
28 begeerd en niet geduld, en ten tweede, dat het totemdier als een rempla?ant van den vader moet worden beschouwd. W a t het eerste betreft, de neiging tot incest bij de primitieven, wijst Freud op het feit, dat het totemisme meest gecombineerd voorkoimt met de exogamie. De jongeman in de oerwouden van Australië is niet vrij in zijn huwelijkskeuze. Hij mag niet trouwen met een meisje dat tot dezelfde totemgemeenschap behoort als hij. Wanneer de totem erfelijk is, dus wanneer ze zooals in de patriarchale gemeenschap van vader op kinderen overgaat, beteekent dit, dat de zoons geen sexueele gemeenschap met hun zusters mogen hebben, maar op grond van dezen regel kunnen zoons wel met hun moeder omgang hebben. Als de gemeenschap matriarchaal is georganiseerd, gaat de totem over van de moeder op de kinderen. Op grond van dit verbod wordt het dus onmogelijk dat de zoons geslachtsgemeenschap met de moeder hebben. Maar de vader zou wel omgang van zijn dochters kunnen hebben, aangezien deze immers een ander totem hebben. Deze consekwentie ziet Freud ook wel, maar hij gaat er verder niet op in. Naar zijn meening geven deze consekwenties aanwijzingen, dat het matriarchaat ouder is dan het patriarchaat, want de exogamieverboden zijn allereerst gericht geweest op het tegengaan van de incestueuze wenschen van de zoons tegenover hun moeder. Ter verdere ondersteuning van zijn betoog beschrijft Freud de verschillende verboden, die in de primitieve cultuur worden gevonden, teneinde het incest te verhinderen. Het begaan van incest wordt met den dood gestraft. Op een van de eilanden der Nieuwe Hebriden heerscht de gewoonte, dat de zoon op een bepaalden leeftijd, tegen de puberteit, het huis verlaat en zijn intrek neemt in het ,,clubhuis". Hij mag nog thuis komen om te eten, maar als zijn zuster thuis is moet hij weggaan voor hij gegeten heeft. Is zijn zuster niet thuis, dan mag hij eten, als hij tenminste dicht bij de deur gaat zitten. Het kan natuurlijk'gebeuren, dat broer en zuster elkander ontmoeten buitenshuis. Dan behoort het meisje weg te loopen of tenminste zich af te wenden. Ziet de jongen voetstappen in het zand en herkent hij deze als te zijn van zijn zuster, dan mag hij deze niet volgen. Hetzelfde geldt voor het geval, dat het meisje de voetstappen van haar broer ontdekt. Ook de relatie van moeder en zoon is aan strenge regels onderworpen. Wanneer de moeder haar zoon eten brengt, mag ze hem dit niet aangeven, maar moet het voor hem neerzetten, terwijl zij zich niet met hem mag onderhouden op een familaire manier. Een zekere distantie moet worden bewaard. Óp een van de eilanden van NieuwBrittannië raag een meisje, als zij getrouwd is, niet meer met haar broeder spreken of zelfs zijn naam noemen. In vele primitieve gemeenschappen strekken deze verboden zich ook uit over de schoonfamilie. Zoo beteekent bij de Barongo's, die aan de Delagoabaai in Oost-Afrika leven, de schoonzuster een gevaar voor haar zwager.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's