1944-1945 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 44
40 verdere ontwikkeling van het totemisme blijkt duidelijk zijn aard : het deel willen hebben aan de buitengewone krachten, die in de natuur zijn gelegd. Hier faalt de analogie met den neurotischen mensch. 3. Incest en exogamie. In de totemistische maatschappij bestaat een verbod, dat de mannen niet mogen trouwen met de vrouwen van hun eigen clan. De vrouwen worden aan de mannen van een andere clan uitgehuwelijkt. Dit is de z.g exogamie. Freud ziet als oorzaak van dit verbod twee factoren. Allereest wordt op deze wijze het incest bestreden. In de tweede plaats zijn de mannen na den moord op den vader hem gehoorzaam geworden, hebben van de vrouwen vrijwillig afstand gedaan en ze edelmoedig geschonken aan een anderen stam. Dit nobele gebaar is sindsdien usance geworden. W a t het eerste betreft zij opgemerkt, dat alle vormen van incest door de exogamie niet kunnen worden verhinderd. Wanneer het totem via de moeder erfelijk is, behoort de vader tot een andere totemclan en zou dus met zijn dochters incest kunnen plegen. Zijn de verhoudingen patriarchaal geregeld, dan kunnen, krachtens dit verbod, toch de zoons met de moeder sexueele gemeenschap hebben. Het is dus zeer onwaarschijnlijk, dat de exogamie is ingesteld om het incest te voorkomen. W a t het tweede punt betreft, dit is zeer raadselachtig. De daad van het wegschenken der vrouwen is niet zoo nobel als we denken. Freud ziet er behalve het ,,nachtragliche Gehorsam" ook opportunisme in. W a n t als de vrouwen blijven is de strijd niet uit. Het gevaar dreigde, dat de broeders elkaar de vrouwen zouden betwisten en elkaar zouden vermoorden. Teneinde dit te vermijden, schonken ze de vrouwen weg. De broeders zagen af van hun heterosiexueele neigingen en gingen hun libido nu langs homosexueelen weg bevredigen, zegt Freud. M.a.w. de oerhorde is uitgestorven! Nu moeten wij blijkbaar veronderstellen, dat er meer dan één oerhorde is geweest, want anders zouden de broers de vrouwen niet aan een andere horde hebben kunnen overgeven. Dit zou ook verklaren dat er nog menschen op de wereld zijn. Maar het verklaart niet, dat de religie is ontstaan als reactie op den vadermoord. Immers in de andere oerhorde kan die niet hebben plaatsgehad, anders was deze ook uitgestorven. De menschen moeten dus hebben afgestamd van de horde, waarin geen moord is gebeurd en zij kunnen dan ook geen herinnering aan die daad met zich meegedragen hebben. Men ziet, dat als men de consequentie trekt uit de oerhordetheorie van Freud, men tot allerlei absurditeiten komt. Er zijn nog andere bezwaren. Malinowski 20) heeft het probleem van de oerhorde van sociologisch standpunt bekeken en heeft zich de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's