1944-1945 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 36
32 totemdier doet dienst als vaderbeeld. Het dooden van het vaderbeeld is een feestelijke gebeurtenis, maar dank zij de ambivalentie der gevoelens wordt na den dood van den vader de tegenstroom actief. De moord op den vader wordt gevolgd door berouw. Nadat in de oerhorde de vader verslagen was, is er nog meer gebeurd. Men zou zoo zeggen : nu kunnen de zoons vrij over de vrouwen beschikken. Daar was het hen immers om te doen! Maar neen, het berouw over den moord is zoo groot geweest bij hen, dat zij achteraf nog aan den vader gehoorzaam zijn geworden. Dit verschijnsel heet in de psychoanalyse het ,,nachtragliche Gehorsam". Het had tot gevolg, dat de zoons nu vrijwillig van de vrouwen afstand deden en ze overgaven aan een andere horde. Dit is de oorsprong van de exogamie. Vervolgens verklaarden zij, dat herhaling van de vadermoorden niet mocht plaats hebben. Aangezien het totemdier hun vader is, mocht dit niet worden gedood, het werd heilig verklaard. De twee belangrijke taboe's van het totemisme : het ontzien van het totemdier en van de vrouwen van de clan moeten volgens Freud op deze wijze worden verklaard. Dit zijn tevens de tw^ee verdrongen wenschen van het Oedipuscomplex, n.l. incest met de moeder en verlangen naar den dood van den vader. Zoo zou er dus een belangrijke verwantschap bestaan tusschen het zieleleven van den neurotischen en van den primitieven mensch. Vatten wij nu Freud's ideeën over totemisme en exogamie samen in enkele zinnen, dan wil Freud dus de oorsprong van dezen primitieven godsdienst terugbrengen tot een daad, die in de oergeschiedenis der mensphheid is geschied. Deze daad was de moord op den vaderfiguur. Zij ontsproot uit de incestwenschen van de zoons. Nadat de daad was gepleegd ontstond het berouw, hetgeen zich op tweeërlei wijze uitte. Allereerst door een heiligverklaring van het totemdier, dat identiek is met den vader. En voorts door een afstand doen van de vrouwen der horde en een uitleveren van hen aan een andere horde. Wij moeten ons nu de vraag stellen of de phaenomenologie van den godsdienst ons gegevens levert, die deze theorie bevestigen of tegenspreken. De phaenomenologie is immers de wetenschap, die zich bezighoudt met de beschrijving en classificeering van de religieuze verschijnselen. Maar zij beperkt zich niet alleen tot deze ordenende taak. Zij tracht ook de zin der religieuze verschijnselen te verstaan en te duiden, zij probeert dus te vinden wat ,.achter" de phaenomena zit. Freud zou het mij zeker niet hebben kwalijk genomen, wanneer ik enkele critische opmerkingen ga maken naar aanleiding van zijn theorie. Hij schrijft immers zelf: „Es ware ebenso unsinnig in dieser
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's