1944-1945 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 60
56 mensch de volheid van het geschapene volledig voor ons, geestesoog is ontsloten. Deze „dagen" kunnen niet los van elkaar worden gedacht; ze kunnen niet worden gezien als op elkaar volgende stukken van een de continuïteit van den tijd voorstellende rechte lijn, waarop ze van elkaar zouden zijn af te grenzen. Deze laatstgenoemde opvatting gaat er van uit, dat de ,,dagen" samenvallen met bepaalde perioden van den kosmischen tijdsduur en dat ze derhalve een zekere lengte, hetzij lang, hetzij kort, in dien duur moeten hebben ingenomen. Z e zouden dan in een meer of minder ver achter ons gelegen verleden liggen en zijn voorbijgegaan. Deze opvatting doet echter aan het karakter der „dagen" ten zeerste onrecht. De „dagen" vallen niet samen met bepaalde perioden van onzen kosmischen tijd, noch met korte, noch met lange, doch ze dragen — wat A u g u s t i n u s reeds wist — een volstrekt anderssoortig karakter. Z e zijn principieel ondateerbaar en kunnen met geen enkelen menschelijken tijdmaatstaf worden gemeten. In onze zienswijze wordt echter het realiteitskamkter der „dagen" allerminst prijsgegeven. Dat gebeurt juist in de eerstgenoemde, gangbare opvatting. Waarin bestaat dan dit realiteitskarakter? Zooals in het ,,begin" de totaliteit van het geschapene voor ons geestesoog wordt gesteld, zoo in de 6 ,,dagen" de tijdelijke ordeningen van dit geschapene, die van de totaliteit niet zijn los te denken. Evenmin als het ,,begin" zijn de „dagen" voorbijgegaan; integendeel, ze zijn nog steeds present en actueel. Zooals het „begin" van het ges^chapene continu aanwezig is in het allesomvattende geheel, zoo zijn de „dagen" present in de fundamenteele structuren der verschillende rijken. Deze structuren kunnen van de concrete schepselen en hun verbanden in het tijdsverloop niet los worden gedacht. Eerst binnen deze structuren worden door den geoloog en den bioloog bepaalde tijdperken onderscheiden, die de ontsluiting van het concreet geschapene in het kosmisch tijdsverloop markeeren. Zoo deelt de geoloog de geschiedenis der aarde in drie hoofdperioden in : Palaeo-, Meso- en Kaenozoicum en elk dezer drie verdeelt hij weei in een aantal kortere perioden, zooals Cambrium, Siluur, Devoon enz. En zoo kent de bioloog in de geschiedenis van talrijke stammen van levende wezens een beginfase, een bloeifase en een eindfase. Al deze tijdperken en fasen kunnen bij benadering in een tijdmaat worden uitgedrukt. Maar de ,,dagen" kunnen met geen enkelen maatstaf worden gemeten. Elke ,,dag" is voor ons geestesoog het begin van de grondstructuur van een nieuw rijk van schepselen, een nieuwe structuur van de tijdsorde, een nieuwe volheid van tijdsduur, waarbinnen vanaf hetzelfde moment deze schepselen kunnen gaan functioneeren als binnen een vaste scheppingsorde. W a n t zoodra de ordeningen in den tijd zijn gesteld kan de ontsluiting in het kosmisch tijdsverloop een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's