1944-1945 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 35
31 Freud grijpt nu terug op de ideeën van Robertson Smith n ) over het offer. Smith lanceert de gedachte, dat het offer in alle godsdiensten aanvankelijk de functie vervult van „an art of social fellowship between the deity and his worshippers". Later werd het karakter van het offer veranderd, toen men er in ging zien een poging zich met de godheid te verzoenen of deze gunstig voor zich te stemmen. Vandaar dat men oorspronkelijk dezelfde dingen aan zijn goden offerde als waarvan men zelf moest leven : vleesch, vruchten, wijn, olie en dergelijke. Dit werd beschouwd als voedsel voor de godheid. Later, toen de voorstelling van den god werd gedematerialiseerd, offerde men alleen de ,,essence" van de etenswaren. Men liet het offer door vuur verteeren en de rook steeg op naar de godheid. Door deze handeling werd het voedsel voor de goden meer ,.genietbaar" gemaakt. De oorspronkelijke drank, die werd geofferd, was het bloed van het dier. Later gebruikte men wijn als, surrogaat-bloed. De oudste vorm van offer, voordat men het vuur gebruikte of van landbouw wist, was het dieroffer. Zoowel de god als zijn volgelingen j^ten vleesch en bloed van het geofferde dier. Ieder kreeg zijn deel van het maal. De dag, waarop dit offer werd gebracht, was een feestdag. De heele clan nam aan dit feest deel. Door de ceremonieën werd tot uitdrukking gebracht de sociale verbondenheid van de leden der clan en hun band met de godheid. Het offerdier was heilig, Het mocht alleen worden gedood in tegenwoordigheid van de heele clan en de godheid. Slechts de heele clan mocht het dier dooden, niet een individu. Alle leden moesten de schuld van het dooden gezamenlijk dragen. Zoowel de god als de clan en het dier waren van hetzelfde ,,bloed". Er bestond tusschen hen een mystieke familieverwantschap. Daarom komt R. Smith tot de conclusie, dat in wezen het totemdier de god der primitieven is. Door het op te eten oefenen de wilden gemeenschap met elkaar en met hun god. R. Smith ziet dus in de totemmaaltijd de oorspronkelijkste vorm van offer, een vorm, die bestaat voordat de goden anthropomorphe trekken krijgen. En Freud aanvaardt deze gedachte dankbaar, omdat ze hem goed te pas komt bij zijn theorie over het totemisme. Wij moeten ons nog even bezig houden met den totemmaaltijd. Freud is zeer getroffen door het feit, dat het er zeer merkwaardig toegaat. W a n t als het dier is gedood, volgt eerst een periode waarin het wordt beweend en beklaagd. Men gaat rouw bedrijven. Maar daarop vangt een feest aan, waar excessen op allerlei gebied plaats hebben. De geboden worden overtreden. W a t in het gewone leven niet is toegestaan, wordt nu bij voorkeur gedaan. Freud meent, dat de leden van de clan, door het zich toeëigenen van het lichaam van het heihg dier, in een feeststemming zijn gekomen. Maar waarom dan eerst rouw? Naar de meening van den stichter der psychoanalyse kan dit alleen worden begrepen vanuit psychoanalytisch standpunt. Het \
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's