1944-1945 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 94
90 hierin, dat het het causale, het logisch begrijpelijke en daardoor ,.verklaarbare" principieel te boven gaat. De moderne natuurkunde heeft dan ook volgens hem in wezen het wonderkarakter der wereld aanvaard. De wereld van het levende bevrijdt zich ten deele van de aaneengesloten voorwaardelijkheden der stoffelijke natuur : ,,het leven is, het wonder der materie". Maar de geestelijke wereld bevrijdt zich, evenzeer ten deele, van de voorwaardelijkheden des levens : ,,de geest is het wonder van het leven". Maar, zoo vervolgt D i e t z, dit is allerminst het ,,absolute" wonder zooals de theologie dit leert. Het wonder is zeer relatief; er is een grooter en een kleiner wonder, naarmate het opgestegen is tot maximale bevrijding van beperkende condities. Het nieuwe wonderbegrip staat tot het oude der theologie als het physisch begrip der waarschijnlijkheid tot dat der starre gedetermineerdheid. Uit wet èn wonder, zoo gaat hij voort, is deze wonderbare wereld opgebouwd. ,,De wet is het voegsel, dat haar de vastheid geeft, dat zich (ongeveer) laat berekenen en waarop zich laat rekenen, het isi de veiligheid, die haar de bewoonbaarheid geeft ééner-, de bindende noodlottigheid, die het tragische element invoert, anderzijds. Het wonder echter geeft de wereld pas zin en beteekenis, het is tegelijk èn zin èn tegenstelling der wereld als physische geslotenheid, het wrikt daarvan de voegen los, die zich toch anderzijds weer sluiten tot nieuwe vormverstarring. Uit deze tegenstelling in het samenstel van wonder en wet wordt dit heelal pas een wereld en wel een levende wereld. Een wereld van enkel wet ware zinloos, een wereld van enkel wonder ondenkbaar. Voorwaarde voor een wereld is haar wet, haar gebondenheid, voorwaarde voor een levende wereld is het breken dier wet" 32). In deze denkbeelden over natuurwet en wonder ligt eenerzijds een vooruitgang, vergeleken met het supra-naturalisme. Het ,,open" zijn der wereld van laag naar hoog vindt hier erkenning. Er wordt nadruk op gelegd, dat bepaalde wetten slechts geldigheid hebben onder bepaalde voorwaarden en dat op een hooger niveau andere wetten optreden, welke gebouwd zijn op die der lagere niveau's. Voorts wordt hier aan de z.g.n. gewone natuurverschijnselen het wonderkarakter niet ontzegd, terwijl de parapsychologische wonderverschijnselen worden beschouwd als. te zijn gebonden aan bepaalde natuurlijke voorwaarden. Er wordt in deze opvatting plaats gelaten voor spontaneïteit en vrijheid in de wereld, voor zinvolle gerichtheid, toenemend van laag naar hoog. Maar anderzijds is er ook verlies : het wonder heeft hier zijn religieuze beteekenis, die het althans in het supra-naturalisme nog bezit, volkomen verloren. Het is geheel gerelativeerd; een verschijnsel is feitelijk slecht? een wonder vergeleken met een verschijnsel op een lager niveau, welks wetmatigheid voor het menschelijk verstand be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's