1944-1945 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 40
36 afzonderlijk zal beschouwen, aangezien hij het leven als totaal ziet, maar dat wij, dank zij onze moderne mentaliteit, wel kunnen onderscheiden. Ik bedoel het aspect van de sterke gemeenschappelijke verbondenheid. De leden van de clan voelen zich onderling en met het totem eng verbonden. In het totem beleven de menschen de eenheid van den stam. Durkhe-trii heeft deze trek van de totemistische religie Sterk naar voren gebracht. In de gemeenschap zou de primitieve mensch het goddelijke beleven ,,car elle est a ses membres, ce qu' un dieu est a ses fidèles" i'^). De betrokkenheid op het totem bindt allen te samen. Zonder twijfel zit hier een gedachte in, die waarde heeft en die ook voor ons besef invoelbaar is. In de kerk van Christus bestaat de gemeenschap der heiligen, doordat de leden verbonden zijn aan hun Heer. Men ziet ook in het moderne leven hoe bepaalde idealen de menschen samenbinden en hun gemeenschapsgevoel versterken. Ja, sterker nog, gemeens,chap is slechts mogelijk wanneer er idealen of personen zijn, waaraan de menschen zich verbonden voelen. Ook in de primitieve maatschappij moet dit gemeenschapsgevoel steeds weer worden versterkt. Beth maakt de aardige opmerking, dat de instelling van de riten, om dit te versterken, werden ingesteld op het moment, dat het gemeenschapsgevoel zelf begon te kwijnen en het individueel bewustzijn grooter werd. Psychologisch is dit goed gezien. W a a r men de gemeenschap als vanzelfsprekend beleeft, is de ritus niet noodig. W a a r ze niet zoo sterk meer wordt ervaren, moet ze door riten worden versterkt. Daarom kan volgens Beth het totemisme worden verstaan als „das Erzeugnis des hervordammernden Ichbewusstseins". Dit op den voorgrond stellen van de gemeenschap in het totemisme vloeit voort uit de geestesgesteldheid van den primitieven mensch. Eén van de kenmerken van de primitieve mentaliteit is immers, dat zij onvoldoende onderscheid maakt tusschen subject en object. Voor den primitieven mensch vloeien de grenzen van Ik en niet-Ik geleidelijk in elkander over. Zijn beschouwingswijzen, zijn ervaringen zijn altijd meer complex. Hij ziet zich nooit los van andere menschen, hij beleeft zich als een deel van het geheel, dat zonder dat geheel niet kan bestaan. Het Ikbewustzijn is nog rudimentair ontwikkeld. Men behoeft daarom nog niet zoover te gaan als Durkheim, die meent dat de totaliteit der gemeenschap bij de primitieven de eigenlijke persoonlijke existentie is. Een Sjchemering van Ikbewustzijn mogen wij bij de primitieven veronderstellen, maar de begrenzing van het Ik is zeker vaag. Er is nog te weinig reflectie, zoodat het bewustzijn van eigen individualiteit nog niet helder is. Daarom is de gemeenschap meer dan het individu. Het individu kan physisch en psychisch slechts bestaan als lid van die gemeenschap. Het gaat er geheel in op. Laat mij een klein voorbeeld mogen geven van de consekwenties, van dit primitieve
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1945
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 128 Pagina's