Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

1960 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 47

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1960 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 47

2 minuten leestijd

HET PROBLEEM VAN HET THERAPEUTISCH MILIEU

31

niemand er mij van verdenken dat ik deze aspecten zou minachten! Maar ze zijn genoegzaam bekend en hun belang wordt van gezaghebbende zijde met grote toewijding verdedigd. De eigenlijke problemen beginnen echter pas nadat wij dit geleerd en begrepen hebben. Een ander argument zou kunnen zijn: „Dit is het werk van de nietmedische staf." Deze tegenwerping heeft iets verleidelijks. De hoofdzuster is garant voor de sfeer in haar paviljoen, de geestelijke verzorger organiseert de ontspanning (film, concert, lezing), de sportcommissie zorgt voor de sport en wedstrijden. Het blijkt echter dat de psychiatrische supervisie en deelname niet mogen ontbreken, wil men deze aspecten van het werk als positieve bijdragen tot de goede sfeer behouden, en niet te kwader ure als hinderpalen ontmoeten. Het adagium van Pineh „presence, communion, service" geldt voor de geneesheer-directeur, maar eigenlijk voor iedere afdelingsarts even sterk bij de niet-medische activiteiten als bij de medisch-psychiatrische. Natuurlijk is de hoofdzuster een belangrijke factor voor de sfeer van het paviljoen, maar wie zal deze zuster leiden, „opvangen" en stimuleren als de afdelingsdokter het niet doet? Wie is verantwoordelijk voor de kille sfeer waarin blinkende gangen en onberispelijk in de rij staande bedden de affectieve verwaarlozing van de patiënten maar kwalijk camoufleren en wie komt de eer toe, als er een goede gezellige, draagkrachtige en blijmoedige sfeer heerst? M.i. is het altijd het team: de verpleegster(s) en de dokter, al zullen er sterke en zwakke spelers in het team zijn aan te wijzen. En wie is verantwoordelijk voor de sfeer die uitstraalt van de jongste therapieleidster, van de garderobe-juffrouw, van de technicus die de telefoon komt repareren en de boodschappenloper die de post komt brengen? Indien al deze mensen (het zijn er tientallen) niet medewerken, dan moet men helaas veelal aannemen dat ze tegenwerken. De houding tegenover de patiënt (angst, minachting, brutale nieuwsgierigheid, erotische belangstelling) is reeds beslissend, nog voor er een woord is gevallen en onze overgevoelige schizophrenen registreren en weerspiegelen onze menselijke zwakheden met ontstellende precisie. Men heeft blijkbaar smalend gesproken van een „magisch begrip" bij discussies over het klimaat van de inrichting, maar inderdaad kan men geen betere karakteristiek wensen en is het zaak de magie terdege au sérieux te nemen I

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1960

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 304 Pagina's

1960 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 47

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1960

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 304 Pagina's

PDF Bekijken