Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 114
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De eenheid der syntaxis 102
ken, hoogere vorm van eenheid. Elk substan tief heeft, in dien samen
met een adjectief, in dat adjectief een met zich overeen komstig ge
drag. Dit is een verbin din g in gebroken een heid, die tusschen ge
lijkheid in herhalin g en afgewen dheid van wege vreemdheid het
midden houdt. Dat het adjectief bij het substan tief zich zoo ge
draagt, is het verschijn sel van het geslacht van adjectief en substan
tief samen.
Het adjectief heeft verder met het substan tief de overeen komst
van dit te kun n en vervangen ; in de con gruen tie heeft het met het
substantief n iet meer dan verstandhouding. Er is n óg een relatie :
de mogelijkheid van het adjectief, om in het substan tief als zijn over
eenkomstig abstractum en de mogelijkheid van het substan tief, als
overeenkomstige afleidin g in het adjectief te zijn . Elk adjectief laat
met zijn substan tivum abstractum een omschrijvin g toe, van het
t y p e : goed = hij, die, (dat, wat) goedheid heeft. Het adjectief, zoo
omschreven, heeft de vaste relatie tot zijn substan tief van dat, wat
in zijn abstractum wordt bevat, an ders gezegd : het is steeds iets van
zijn abstractum. Dat, wat het abstractum heeft als iets van het ab
stractum blijkt da n ook de omschrijvin g van het adjectief te zijn :
verstandig = van verstand; van gewicht; vir iustus = vir iustitiae
(hebr.). De verwan tschap van elk adjectief met zijn abstractum blijkt
hierin, dat het adjectief n iet af en toe maar een s zijn abstractum
heeft of equivalen t is met: van zijn abstractum, maar doorgaan s tot
zijn abstractum in die verhoudin g staat. Datgen e wat doorgaan s het
andere heeft of van het an dere is, is n iet bij geval met dat an dere
door van of hebben verbon den , maar wezen lijk. W a t wezen lijk ver
bonden is, is een een heid en in dien zin is elk adjectief = zijn ab
stracte substan tief. In dien zelfden zin is elk adjectief een substan tief
en n auwer kan verwan tschap n iet aan een heid raken , in dien bijgeval
van elk substan tief iets overeen komstigs ten opzichte van zijn even
tueele adjectief mocht blijken .
Inderdaad schijn t ook het substan tief van geval tot geval zijn ad
jectief te bezitten als het in hem gereed liggen de, dat al of n iet tot
vorm komt. On afhan kelijk van ouderen oorspron g van substan tief of
bijbehoorend adjectief of omgekeerd, heeft elk substan tief zijn adjec
tief — in dien in de taal n iet voorkomend, dan steeds vormbaar — en
omgekeerd. De afleidin g, die doorgaan s een voorran g van het een
of het an der stelt, doordat een morphcem het saamhoorige substan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's