Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 121
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
109 Werkwoord -f- werkwoord
worden, maar ook deze, met de herhaling verwante vorm, wordt in
het Grieksch van zijn verwant vervreemd: de daden van a worden
met naamvalsrelief (genitivus absolutus) tegen de daden van b
in den nominatief gereleveerd. De onrust in de naar elkander
voorwaarts en terug verwijzende bestanddeelen van deze twee-
eenheden steeks scherp af tegen het simpele rijgen der feiten in
Si, Pi, S2 P2. waarin Si en S2 met hun praedicaten niet enkel meer
het onderscheid van soortgenooten (achtereenvolgens handelenden
en hun handelingen), maar daarenboven, ter wille van de verbinding
in eenheid, nog in de taal het verschil van naamvallen hebben.
In: mortuo Dareo Cyrus rex fuit zoekt de ablatief, als afhanke-
lijke, de aanvulling van zijn soortgenoot nominatief; in dezen komt
de ablatief tot rust in eenheid met het hem verwante andere, gelijk
deze, de nominatief, op zijn beurt met zijn andersoortige aanvulling,
het werkwoord, tot eenheid komt.
Verval van ter beschikking staande verscheidenheid van onder-
soorten (naamvallen en wijzen) brengt ook hier de vlakkere, coordi-
neerende, het gelijksoortige nevenschikkende verbinding weer in
eere. Het Nieuw-Grieksch heeft de nevenschikkende verbinding in
plaats van de oude eenheid : deelwoord -|- verbum finitum ; het coör-
dineert zelfs het ongelijksoortige en herstelt daarmee het verloren
relief : vergl. ano Xiyo x tnzcpxa'); Ndl. nog even en ik was er.
Grieksch en Latijn hebben hun hoogste relieftypen bereikt in de
klassieke periode, die de kunstmatige kweeking van het in onder-
scheid verbindbare ver boven simpele twee-eenheden uit tot gelede
meervoudigheid van eenheden opdreef in den kunstvorm der
periode. Deze hoogstbereikte vorm is tegelijk de beheerschte opzich-
tigheid in de taal tot het uiterste gedreven (rhetorica). Als hoogste
prestatie is zij tevens onbestendigste en vluchtigste gestalte, die de
taal kon aannemen. Deze valt na die bereiking terug in vlakkere,
minder beheerscht gedifferentieerde verbindingen. Zij blijft ook dan
evenwel ver van die laatste strakheid der grondvormen, die wij in de
pure herhaling vonden en die het werktuig zijn der logica. Als niet
meer hoogste differentieer ing behoudt zij zooveel voorkeur voor het
opzichtige, dat ze, uit vrees te vervallen tot het strakke als het
^) Jannaris, a. w.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's