Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 205
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
193 Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn
pelijke kennis omtrent het z. i. eenige ordelijke in den kosmos,
d. w. z. tot die omtrent de technisch-apriorische vormen en hun
deelhebben aan de grens : de eenige wetenschap was deductieve
mathesis. A r i s t o t e l e s daarentegen had eerst deze technische vor-
men vervangen door organische en later, toen hij ook 't bestaan
van individueele vormen erkende, aan de wetenschap tot taak
gesteld het algemeene uit de bijzonderen te abstraheeren.
De vrij vele tegenstanders van deze realisten vindt men niet
alleen en zelfs niet allereerst bij de Stoa; het realisme had zich
immers vooral ontwikkeld aan den strijd tegen de sophisten.
Zij gingen uiteen in nihiüsten ( G o r g i a s c.s.) en relativisten.
De leider der laatsten, P r o t a g o r a s , had kennis tot gemeengoed
verklaard en dus een kennis aanvaard die niet wetenschappelijk
was. De tegensteUing realisme—nominalisme negeerend, had hij
bovendien de buitenwereld niet van de binnenwereld, de inter-
individueele niet van de intra-individueele samenhangen onder-
scheiden, en derhalve waarneming en voorstelling vereenzelvigd ').
Stoïcijnen en Epicureeërs nu deelen — gelijk ook reeds X e n o -
c r a t e s had gedaan — het standpunt der relativisten wat de erken-
ning van een niet-wetenschappelijke kennis betreft. Vandaar dat ze
hun kentheorie en hun van de Megarici stammende dialectiek scherp
uiteen houden en men dus de Stoa niet kan verstaan noch in haar
gedachtengang noch in de historische ontwikkeling van dezen indien
men deze onderscheiding in de uiteenzetting verwaarloost.
Onder de kentheorie nu ressorteeren volgens beide scholen de leer
van 't begrip en die van 't oordeel. Het werkt verhelderend ook
deze twee afzonderlijk te behandelen.
a. De leer van 't begrip. Anders dan P r o t a g o r a s c.s. willen
E p i c u r u s en Z e n o waarneming en voorstelling niet zonder
meer vereenzelvigen. Toenadering tot het realisme zie men daarin
niet: eer lag hier de basis op welke de tegenstelling, door den
relativist genegeerd, des te scherper kon worden uitgewerkt.
W a n t was de belangstelling der realisten eenzijdig op de buiten-
wereld gericht, die der nominalisten werd niet minder oneven-
wichtig uitsluitend voor de binnenwereld opgeëischt. Vandaar hun
poging de waarneming, die ze, als gezegd, onderscheiden van de
•) B r é h l e r , I, pg. 82. noot 2.
W.B. 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's