Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 118
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e eenheid der syntaxis 106
conjunctief niet heeft, kan den strakkeren en eenvoudigen vorm
der coƶrdinatie daarvoor gebruiken. Zonder in het Nederlandsch
empirisch aanwijsbaar te zijn is het type : ik wensch en ik (gij)
heb (t); ik vraag en gij (hij) doet; ik zeg en gij gaat begrijpelijk als
uitdrukking eener afhankelijkheid, waarbij het tweede lid in ge-
lijken vorm als het eerste, met de eenvoudigste middelen dus, daar-
naast gesteld, alle waarborg biedt van als afhankelijke te worden
opgevat, doordat het als tweede verschijnt en door de ook hier aan
allen uitdrukkenden vorm voorafgaande eenheid van verband, waar-
in de bestanddeelen ik~wensch en gij-hebt begrepen worden. Het
nieuw-Grieksch biedt hiervan meer voorbeelden; slinking der
soortelijke onderscheidingen binnen het werkwoord bracht hier
vormen van geringer relief in nieuw gebruik.
Zich verdeelend in ondersoorten en toegevend aan den drang
naar relief vereenigt het Grieksche werkwoord het verst afliggende
binnen zijn eigen mogelijkheden tot geheel. Het deelwoord is de
uiterste soortverwant van den indicatief. Als deel-woord heeft het
deel aan den aard van werkwoord en naamwoord beide. Het be-
schikt over de morphemen van het naamwoord en behoort tot het
werkwoord, waaraan het zijn stam ontleent. Daartegenover zijn de
modi van het werkwoord het echte en eigene daaraan. Het deel-
woord is een naamwoord en vervangt d i t ; vervanging van het ver-
voegde werkwoord in een modus kan slechts langs een omweg ge-
schieden : de vervoegde modus als het eigene van het werkwoord
geeft zijn plaats niet aan het naamwoord, als het vreemde, prijs. Het
deelwoord nu bouwt als uiterste met den modus samen een twee-
eenheid op, waarin het als het afhangende en toegevoegde, leunende
tegen het andere wordt bedoeld. Deze verbinding deelwoord +
werkwoord heeft overeenkomst met die van naamwoord -|- naam-
woord-in-anderen-naamval en samenstelling : telkens legt de ont-
leding het verbondene in een zelfstandig en een afhankelijk, een
vooropgesteld en een aansluitend bestanddeel uiteen. Nu zagen wij
aan de verbinding met van, die eveneens afhankelijkheid van het
eerste ten opzichte van het tweede voorschrijft, hoe deze afhankelijk-
heid in een bepaald geval door het in dat geval verbondene wordt
omgeworpen, doordat de zakelijke afhankelijkheid van het verbon-
dene, als omgekeerde, zich laat gelden tegen gewoonte der taal in.
Ditzelfde bij de constructie deelwoord -|- werkwoord-in-modus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's